Schuren tegen het verleden

Donderdag 23 juni

Terwijl op de radio een Engelsman vertelt dat hij vanochtend al om half 6 in zijn straat heeft geflyerd tegen een Brexit, verlaten wij onze slaapplek. Iets later dan die Engelsman, namelijk om kwart over 6, heeft Gerda in bed liggend, bedacht dat zeker weten de politie straks langs gaat komen om ons te bekeuren. Ik ga de discussie niet aan; ik kan heus wel wat klakkeloos accepteren!

Het is geen straf om honderd meter verder te rijden en terecht te komen in de berm van één van de mooiste grindwegen uit de wijde omgeving. Aan de éne kant de wallen, aan de andere kant vergezicht over een bloeiend aardappelveld. De naam van de weg is Contre Escarpe, in het plaatselijke dialect: kontescherpen.

Veel dichter bij mijn roots kan ik niet komen. Als ik mijn nek verdraai, zie ik het voormalige, nu geüpgrade huis van mijn opa en oma, waar ik zoveel gelukkige logeerpartijen heb gehad. Dank zij mijn zus (voor mij hoefde het niet) en de welwillendheid van de huidige bewoners, ligt de as van mijn moeder er vlak naast. Op dit moment hier valt de as voor mij op zijn plaats.
Ik denk na over hoe mijn grootouders met mij omgingen als ik bij hen was. Het enige ‘speelgoed’ dat ze hadden, was een etui kleurpotloden, een blok met tekenpapier en een kaartspel. Mijn oma deed niks met mij. Ik speelde buiten met de schaarse buurkinderen of amuseerde me in mijn eentje.
Mijn opa, die in zijn jonge jaren op feesten en kermissen accordeon speelde, greep mijn aanwezigheid aan om zijn liefde voor muziek met mij te delen. Hij speelde toen blokfluit en orgel. Ik had orgelles en was zover dat ik alles wat hij, als autodidact, met moeite kon spelen, er vlotjes uitroefelde. Niveau Johannes de Heer. Voor de leken onder u, dat is/was een standaardwerk met wat ‘populaire’ christelijke liederen. Hij was, denk ik, heel trots op me, hoewel hij dat nooit zei.
Niet dat ik altijd even veel zin had om weer met hem in de donkere schuur aan het orgel te zitten. Hun huis was zo klein, dat het traporgel er niet in paste en daarom in de schuur op de kleien vloer stond. Toch gaf ik altijd toe als hij het vroeg. Misschien hield ik van hem.
Omdat hij de moestuin van de plaatselijke dominee verzorgde, mocht hij vrij de kerk in om daar op het orgel te spelen. Je raadt het al: zijn allergrootste vreugde was om mij daar te horen spelen. Niet dat het een groot, pretentieus pijporgel was. Niks van dat al, kleine bescheiden kerk en dito orgel. Het fragiele geluid van de kerkklok die de uren slaat, haalt maar net aan de grenzen van het dorp.
Het zijn dierbare herinneringen, net als de fietstochtjes naar Het Zwin, waar we zeekraal sneden en kokkels raapten. Het Zwin noemde hij ‘het kleine zeetje’. Ik denk dat tegen kinderen die naam werd gebruikt.

Het Zwin

Het Zwin

image

Klein Zeetje

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En als hij in de valavond zei: “Rietje, ik ga op de Pompedijk kuieren, ga je mee?” dan was ik altijd van de partij. Het stelde niks voor; hij onderwees mij niet over planten of dieren. Integendeel, gesproken werd er niet veel. Hij liep zijn rondje en ik liep het mijne, terwijl we samen waren.
Het enige waardoor hij geïrriteerd raakte, was als ik ’s ochtends vroeg bij hem in de bedstee kroop, terwijl mijn oma het ontbijt klaar maakte. Hij lag dan nog op zijn zij in de slaaphouding, in een gebreide witte katoenen slaapbroek met lange pijpen. Op zijn kale hoofd een dito slaapmutsje. Ik vond het enig om dat mutsje van zijn hoofd te trekken, omdat hij dan elke keer naar zijn kale schedel greep en riep: “Hè Diene!”
Dat was het leukste, dat hij in zijn drift niet míjn naam riep, maar die van mijn moeder.

Na de koffie en wat toeterende passanten gaan we naar Ria. De haringen, die de Duitsers gisteren op haar terras aten, willen niet uit onze gedachten.
“Wat willen jullie er bij drinken?”, vraagt de ober.
Er wordt een glaasje korenwijn bij geserveerd en meer alcohol hebben we op dit moment niet nodig.
“Doet u maar gewoon wat water”.
“U kunt ook een Spa blauw nemen”.
“Nee, dank u wel. Plat water is goed”.
Na wat verwarrend heen-en-weergepraat, blijkt dat kraanwater niet gratis is:
“Daar kunnen we niet van leven, mevrouw! U moest eens weten wat een misbruik daarvan werd gemaakt. Dan komt er een echtpaar met 2 kinderen, samen drinken ze een liter water en andere drankjes verkopen we niet”.
Plat water staat nu onder de naam “Zeeuws water” op de kaart en kost € 3,50 per liter. Dat gaan we niet doen.
“Misschien toch een spaatje … “, probeert hij nogmaals.
“Nee dank u, we laten het bij de haring”.
Hij verdwijnt naar binnen om even later terug te komen met een karaf water en twee glazen.
Met de woorden: “Omdat Ria jullie goed kent”, zet hij het geheel op tafel. Haha…
Hij heeft binnen vast gemopperd over die twee ouwe wijven, die te gierig zijn om een karaf water te kopen.
Bij Spa moet ik altijd denken aan de tweede vakantie samen met mijn ouders. Ik zal een jaar of dertien, veertien zijn geweest en we gingen met onze eerste auto, een Ford Taunus 12M (met het wereldbolletje!) naar de Ardennen. Avontuur! We bezochten ook Spa, omdat we die mineraalwaterbronnen wel eens wilden zien. Borden die verwezen naar de bronnen zagen we nergens, dus vroeg ik op straat en in winkels in m’n beste schoolfrans:
“Où sont les sources d’eau minérale?”
Tevergeefs. Iedereen keek me aan met een blik van ‘waar heeft dat meisje het over’? We gaven het op en tot op de dag van vandaag weet ik niet of die bronnen nou echt bestaan of niet. Bij de uitdrukking ‘uit betrouwbare bron’ heb ik sindsdien mijn twijfels.

Na de haring rijden we via Het Zwin naar de Westerschelde, om onder langs de dijk de weg richting Terneuzen te volgen. Zo kunnen we morgen vlot door naar de Verbeke Foundation in Vlaanderen. Bij Nummer Eén, net ten Oosten van Breskens voert een rustiek wegje ons regelrecht naar de voet van de dijk. Daar worden we verrast door een prachtige parkeerplaats, uitermate geschikt om te koken en te slapen. Plus twee opgangen tegen de Westerscheldedijk.

Westerschelde

Westerschelde

Vlug naar boven om te genieten van het uitzicht. We kijken op de brede monding van de rivier, dof ronkende zeeschepen van en naar Antwerpen, Vlissingen aan de overkant en direct voor ons de Hooge Platen. Deze zijn één van de belangrijkste broedplaatsen voor dwergsternen, visdiefjes en de grote stern. Vogels van de dag.
Een jonge vrouw komt ons vanaf de slikken tegemoet en vertelt enthousiast dat hier zeehonden voorkomen. Nu vinden wij dat niet zó bijzonder, maar zij is er helemaal weg van!

Behalve een enkele uitlater van gewone honden, komt hier niemand. Met de hele parkeerplek voor onszelf gaan we de nacht in. Wat een rust.

Het rijk alleen

Het rijk alleen

Af en toe een bui...

Af en toe een bui…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tot slot een correctie. In mijn vorige verslag meldde ik ten onrechte dat het Ledeltheater in Oostburg is afgebroken. Ik was dus meer de weg kwijt dan ik dacht.

Dank je wel Marieke uit Aardenburg.

2 thoughts on “Schuren tegen het verleden

  1. Volgens ma wilde opoe het orgel ook niet in huis; ze zou niet gecharmeerd zijn van opa’s spel. Bovendien zat er volgens ma ook houtworm in en dat die wil je niet in huis.

    Mooi dat de as ook nog op z’n plaats gevallen is.

    Dat van die bronnen in Spa haal ik ook nog wel eens op met Ko. Ook voor mij is het nog niet duidelijk of die echt bestaan.

    Het logeren op de Killendiek was ook voor mij altijd een feest. En volgens mij noemden ze vooral de geul in het Zwin het klein zeetje. Was altijd leuk met opa om daar heen te gaan.

    Hebben we toch leuke gezamenlijke herinneringen.

    • Heb ik je reactie toch nog gevonden. Was onder ‘spam’ terechtgekomen! En dat heb ik toch even vakkundig hersteld, vind ik!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*
*
Website