Als toetje: ’toet’

Zondag 14 mei 2017

Vanochtend hebben we direct een vogel van de dag. Vanuit bed kunnen we zien hoe ze met nestmateriaal af en aan vliegen en er mee onder de dakpannen duiken waar hun nest is verstopt: de rouwkwikstaart.

Over rouw gesproken, in een plaats onderweg stak een oude, kromme man met wandelstok opvallend snel en zonder op of om te kijken de drukke weg over. Ik zag hem laat en kon er nog net voorlangs….. het scheelde weinig.

Anders dan bij de wc’s is er bij het speeltuintje wel water en zo kunnen we voor vertrek lekker wat kleren wassen. Even in de boom hangen en dan droog meenemen. Wat een klimaat! Daarna de auto van buiten en van binnen stofvrij maken en vertrek richting Ferdows, Bejestan en Bardeskan.
Het landschap is vlak op een saaie manier, in de verte bergen, soms rijden we daar even doorheen.
Een onverwachte zoutvlakte brengt afwisseling.
Zo ook de tankstop. Er loopt een stel ontzettend leuke lui rond, die na het tanken met ons op de foto willen. Een jonge puber, die wat helpt in een garage lijkt het, moet de foto’s maken en lacht zich helemaal te pletter. We trekken rare bekken, maken stomme gebaren, de dieselslang doet ook nog mee, kortom gekkenhuis! De jongen die de foto’s maakt, komt in aanmerking voor magneetklompjes vinden we.

We hebben mooi asfalt vandaag, hoewel je ons niet hoort klagen: over het algemeen zijn de wegen goed. Buiten is het rond de 30 graden.
Omdat er gisteren niks kwam van schrijven, hebben we besloten om vroeg te stoppen vandaag, zodat ik wat kan inhalen. Als we op een leuke plek staan, is dat voor Gerda en Wim ook prettig. Even relaxen na gisteravond, lezen of vogels kijken.
Half de middag zien we op een heuveltop een mast, net zo één waar we eerder bij hebben gestaan.
“Er loopt een asfaltwegje naar toe”, zegt Ger. Maar we zijn er al voorbij en bovendien ligt er bijna direct daarna rechts van ons een onwaarschijnlijk blauw meer. Onverwacht in deze droge omgeving. “Misschien kunnen we er wel bij staan”, opper ik. We besluiten om te kijken of dat lukt.

De zoutvlakte

Meer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het lijkt van niet, alle toegangswegjes in de buurt zijn met hopen aarde versperd.
De mast zien we bij nader inzien niet zo zitten, dan maar verder. Hoewel, ineens is er toch een toegang tot het meer en we proberen er in de buurt te komen. Het ziet er naar uit dat het gaat lukken, alleen we denken niet dat we uit het zicht van de weg komen te staan en dat willen we per se. Geen enkele behoefte aan nog meer politiebezoek.
Verder. Een oud moskeetje rechts van de weg, met bomen. Dat zou wat kunnen zijn. Jammer genoeg wordt de schaduw van de bomen in beslag genomen door vier jonge mannen en drie auto’s. Wij parkeren op een respectvolle afstand aan de andere kant van de moskee. Vroeg of laat gaan ze toch weg en dan verhuizen wij naar de schaduw.
Eén van hen komt naar onze auto en maakt een drinkgebaar. We weten niet precies wat hij bedoelt. Ik kijk hem niet-begrijpend aan en laat een fles water zien. Daarna loopt hij naar Wim en doet hetzelfde. Ger denkt dat hij bedoelt te vragen of we alcohol hebben. Een tweede man komt er bij en samen maken ze een praatje met Wim. Zodra ze weg zijn, komt Wim naar ons toe en zegt:
“Ik kreeg een erg vervelend gevoel bij die jongens, wat mij betreft gaan we weg”. Ik moet zeggen dat ik die éne ook heel kil vond, toen hij bij ons kwam staan.
We vertrekken. Misschien stoorden we hen tijdens een intiem samenzijn. Ik zag dat twee van de mannen erg dicht tegen elkaar aan lagen, de ene in zijn onderbroek. Nu is het hier natuurlijk erg warm….

Uiteindelijk rijden we een eind het land in en stoppen op een brede strook naast een grindweg. Geen dorp in de buurt, geen verkeerslawaai. Waarom zou de politie ons hier weg willen sturen? Toch krijgen we de zenuwen als er een auto aankomt. Of van de man, die op een brommer langsrijdt en stopt, zogenaamd om het land te bekijken, verdwijnt, maar nog zeker drie keer terugkomt. Aan de uitdrukking op zijn gezicht te zien, is hij niet blij met onze komst. Zou hij de politie al hebben gebeld?

Leuke man…

Grofkorrelige familie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook hebben we een schaapherder, die, net als die van een tijdje geleden, zijn kudde de weg laat oversteken precies bij onze auto’s. Tjongejonge wat is dat toch leuk en daarom komt ie na een tijdje terug om zijn spelletje te herhalen.

Wim biedt aan om te koken, zodat ik een blog kan inhalen, wat ik dankbaar aanneem. Menu van de dag: spaghetti bolognese met komkommersalade.

Na de afwas denk ik lekker verder te gaan aan het blog als er twee auto’s aankomen. Geen modellen, waarin je politie verwacht, maar we zijn op onze hoede.
Tot onze opluchting rollen er zes volwassenen, twee pubers en een jongen van een jaar of tien uit, die in draf op ons afkomen. Eén van de mannen heeft eerst een plastic schaal uit de kofferbak gehaald. Nootjes denk ik.

Onze vlakte

Toet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ze overspoelen ons met genegenheid, vragen en uitnodigingen. We moeten in hun huis komen eten, slapen en douchen. En als een Iraniër je uitnodigt, laat ie niet zomaar los! Ze bekijken de bussen, de mannen vragen Wim het hemd van z’n lijf. De éne man werkt in het onderwijs en spreekt redelijk Engels, de ander is kapper. De vrouwen concentreren zich op Gerda en mij. Nemen foto’s, vinden het jammer dat we elkaar niet kunnen verstaan, willen weten hoeveel kinderen we hebben enz. Gerda kan eindelijk haar zwarte jurk kwijt, die ze voor deze reis heeft gekocht, maar niet meer draagt. En we delen klompjes uit aan de pubermeisjes en de jongen. De sessie duurt lang en met pijn in mijn hart denk ik aan het blog….

Iran en zijn monumenten

Tot slot nog een groepsfoto, veel zoenen op beide wangen en dan gaan ze. Wat een hartelijkheid.
En de nootjes? Het zijn kleine vruchten, die ze in het land hebben geplukt en die ze ’toet’ noemen, zo klinkt het. Hoe ze in het Nederlands heten, geen idee. Ze zijn erg zoet, maar wel lekker.

En de zoon van Wim berichtte dat er in noordoost-Iran een aardbeving heeft plaatsgevonden. In hetzelfde geografische hokje op de kaart waar wij zijn. De plaatsnaam kunnen we niet vinden. Maak jullie geen zorgen om ons, we hebben er niks van gemerkt. We zijn zo gewend aan het schudden van onze bussen door bijv. harde buienwinden, dat een beving waarschijnlijk onopgemerkt zou blijven!

4 thoughts on “Als toetje: ’toet’

  1. Wat een leuke stukjes schrijf je Riet,heb echt het gevoel een beetje mee te reizen, vooral de vogel van de dag vind ik leuk en Iran en zijn monumenten als vast item.
    Ik lees dat jullie veelal je gevoel volgen bij ontmoetingen met mensen en dat werkt goed tot nu toe, dus blijven doen.
    Leuk idee van die klompjes!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*
*
Website