Bij het eau in Jaux

Donderdag 25 november 2021

Wat een rustig dorp, heerlijk geslapen. Geen gekletter van de regen op het dak dus we hoeven geen natte daktent in te klappen. Verder is het ook fijn dat je niet steeds met je voeten in de modder staat buiten; je probeert de auto toch zo schoon mogelijk te houden, het is wel ons huis. De openbare toiletten zijn een zegen, lekker wassen en tanden poetsen aan de wastafel. 

Voor we vertrekken gaan we nog even aan de rivier kijken, die Gerda achter het dorp langs zag stromen. Mooi gezicht; het is de Vienne, de belangrijkste zijrivier van de Loire.

Langs de Vienne

Niet alleen de kerk en het gemeentehuis zijn van die mooie witte natuurstenen gemaakt, ook de meeste oudere huizen die bij de kerk en de rivier in de buurt staan. Apart dorp weer. 

Nou… op naar Parijs, hadden we goeie ervaringen mee op de heenweg! 🙁 

In een wegrestaurant bij Orléans zien we voor de eerste keer dat er met de QR-code wordt gewerkt en dat je ook nog je naam en telefoonnummer moet noteren. Als toiletgebruiker ontspring je die dans. 

Eerst is het steeds zonnig en koud, maar zo’n 580 km. van huis verandert dat in grijs en koud. De laatste combinatie is moeilijker te verdragen dan de eerste. Echt lang regenen gaat het niet. 

En Parijs? Eitje! Foutloos gerond. Beetje opstropingen hier een daar, waar je zelfs in Nederland je schouders voor zou ophalen. 

Op de A1 nemen we afslag 10 om vervolgens vlug op Park4Night te kijken; we hebben wat langer doorgereden dan anders en door de bewolking dreigt het snel donker te worden. Er is niks in de buurt. Ja, we kunnen zelf gaan zoeken, maar dat kost meer tijd en in de duisternis is het extra lastig. Het beste lijkt een tip van mensen die een paar weken geleden in Jaux overnachtten in de buurt van een station, een rivier etc. Rustige plek, zeggen ze; geen nachttreinen. Het is nog wel een kilometer of 7 rijden en daar hebben we eigenlijk geen zin in, al doen we het wel. 

Het is een klotewegje, zo smal dat er af en toe voorrangsregels gelden, bovendien gaan we helemaal het platteland op, zodat je je afvraagt hoe je in godsnaam bij een station uit moet komen. Om met Bob den Uyl te spreken: Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam. Lees dat boek! 

Het niet aangename zit hem voornamelijk in een tegenligger in de vorm van een kleine maat  vrachtauto, die zonder vaart te minderen en (genoeg) opzij te gaan doorraust. De klap die we horen is gelukkig iets minder hard dan die we ooit in Schotland hoorden, waar onze buitenspiegel er door een grote camper werd afgereden. De schade blijft beperkt, een kras. En nee, ik kan onze buitenspiegel niet vlug inklappen, want…dat moet met de hand! Toen we deze auto kochten, hadden wij er beiden geen idee van dat dat niet elektrisch geregeld kon worden, zo waren we daar aan gewend. Nog steeds, na al die maanden, moet ik elke keer als ik met de auto wil wegrijden weer uitstappen omdat de spiegels nog ingeklapt staan. Grrrr…

Toch komen we er, mede door aanwijzingen van een paar bewoners, die ons zelfs een eindje voorrijden. Op de parkeerplaats zien we wel de spoorlijn, maar geen rivier. Net als we aan het manoeuvreren willen slaan om de auto een beetje waterpas te krijgen, komt er een levensgrote witte camper het terrein op. De chauffeur heeft duidelijk geen boodschap aan ons en we wachten geduldig af tot het beest staat. 

Als wij ook een plek hebben, zegt Ger: “Ik ga even in de buurt kijken hoe het hier allemaal zit, waar is dat station dan precies?”. Nu denderen de goederentreinen al voorbij, terwijl sommige passagierstreinen stoppen, dus het kan niet ver zijn. Met kwieke pas komt ze teruggelopen: “We gaan hier weg. Daar verderop is een veel betere plek bij tennisbanen en de rivier”. Ze heeft gelijk, de tennissers spelen hun laatste partijtje, de Oise, want zo heet ie, stroomt rustig langs en de treinen…..ze denderen voort. Waar we niet aan hadden gedacht, zijn de boten, die met enige regelmaat luid stampend stroomopwaarts gaan. Misschien zijn er ook geen nachtboten. 

Intussen is het tien uur, ik heb al een tijdje geen trein of boot meer gehoord. Wel een soort trompet, die ergens in het dorp klinkt, maar volgens mij bestaan er ook geen nachttrompetten. 

Tussen al dat kabaal door horen we een uil; helaas heb je wel nachtuilen! 

Morgen de laatste etappe, iets van 450 km. Dat gaan we wel redden. 

En Gerda heeft al in de hondenpoep getrapt.

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*
*
Website