De aanloop naar Isfahan

Dinsdag 2 mei 2017

Ik denk eigenlijk nooit aan kikkers. Wel aan blaffende honden, vroege vogels en verkeerslawaai. Vannacht namen ze wraak, de kikkers, en goed ook. Ze kwaakten tot het ochtendgloren. Slapen doen ze blijkbaar overdag. Makkie voor die reigers.

Ger staat altijd eerst op en roept na een poosje: “Ik ga even bij de rivier kijken”. Wil ik eigenlijk ook, alleen ik lig nog. Komt later wel.
Als ik het beddengoed heb opgeborgen en bijna ben aangekleed, hoor ik een auto vlakbij. Ik kijk achterom en zie een witte auto half naast de onze stilhouden. Voor er iemand uitstapt, heb ik nog net tijd om de auto op slot te doen. Er verschijnt een hoofd voor het raam van de schuifdeur en de man klopt op het raam. Ik sta doodstil voor het keukentje. Hij kan mij niet zien, lang leve het privacyglas. Dan zie ik een tweede paar benen aankomen, verschillende kleur van broek, dus ze hebben waarschijnlijk geen uniform aan. Terwijl ik mijn trui aantrek, roept en klopt de man weer en houdt een groen identiteitspasje voor de ruit. Ineens moet ik aan nepagenten denken. In de boekjes waarschuwen ze daarvoor.

Hier hadden we bij de rivier kunnen staan

De nomaden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik hoop steeds dat Wim naar buiten komt, een man erbij kan wel eens helpen. Maar zijn gordijn is nog dicht en als hij zijn gehoorapparaten nog niet in heeft, hoort hij niks.
Gerda staat bij het viaduct de modder van haar wandelschoenen af te wassen. Ze zou de auto hebben kunnen horen. Hoe dan ook, doe de schuifdeur maar open Riet, het moet er toch van komen.
“Good morning, how are you?” Dat blijkt het enige Engels te zijn dat hij meester is.
Op zijn vragen in het Farsi, praat ik maar wat Nederlands terug. Zijn maat heeft intussen ook zijn legitimatie laten zien en begint te telefoneren. Ineens valt de ander nog een half woord Engels in:
“Pass….?”
“Ja, wij hebben een paspoort”, zeg ik. Hij valt weer stil. Na een poosje: “Visa?” “Ja, die hebben we ook”. Ze lijken een beetje onzeker en vragen niet of ze de documenten mogen zien. Intussen is Gerda er bij gekomen en loopt naar de auto van Wim, die zich nog moet aankleden.
Maakt niet meer uit, ze weten blijkbaar genoeg en gaan er vandoor….hèhè.

Mooi…maar kinderen niet naar school?

Fotostop

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijdens het ontbijt, zo’n half uurtje later, wordt het serieus. Een Hilux van de gendarme (denk ik) komt naar ons toe en drie mannen stappen uit. Twee effen groene militairen (je hebt hier ook gevlekte) en de baas in een onberispelijk uniform met pet. Zou die ‘neppert’ van zonet deze lui dan gebeld hebben?
De baas straalt gezag uit, maar spreekt ook niet echt goed Engels. Hij zegt iets over ‘wild kamperen’ wat we niet begrijpen en gebruikt de woorden ‘police escort’. Als hij onze niet-begrijpende blikken ziet, pakt hij een steen op en laat die direct weer terug vallen op de grond. We snappen het nog niet. Dan vraagt hij om de groene kaart en het kentekenbewijs, waarvan hij gegevens overneemt, terwijl hij om de auto heen draait. Waar we naar toe gaan en hoe laat we hier denken te vertrekken. “Uur of tien, elf”, zeggen we.
Ook hij gaat telefoneren, terwijl de twee anderen zich zichtbaar staan te vervelen. Als het gesprek klaar is, roept hij: “The car is good!”
Ze vertrekken, de missie is blijkbaar volbracht. Hoewel…, na ongeveer een kwartier komen ze weer aangereden en vanuit de auto roept hij: “Opschieten! Naar Isfahan!”
Na ons nog een tijdje vanaf de weg bekeken te hebben, taaien ze, nu definitief, af.
Als goedmaker worden we door een paar sternen (vogels van de dag) uitgezwaaid. Welke weten we niet en ook het hoentje dat Ger op haar wandeling zag, is niet geïdentificeerd.

In het landschap waar we nu erg van genieten, komen we een paar keer een nomadenfamilie tegen met hun kuddes langharige schapen. Een feest om te zien. En het wordt nog mooier, ondanks de lichte nevel moeten er foto’s worden gemaakt.

Zomaar een dorp

….

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chelgerd is onze eerste stop. We tanken er bij een kleine dorpspomp, die volgens onze garage vuilere diesel zou hebben dan de grote tankstations. Voor ons te laat: nog vóór het tanken gaat het roetfilterlampje branden. Wat te doen? We bellen Ruud in Amersfoort, die ons geruststelt. Hoogst waarschijnlijk is het euvel verholpen als we minstens een kwartier in de 3e versnelling rijden met > 3000 toeren. Gaan we doen.
Eerst nog naar een hotel hier dat WiFi zou hebben, maar net als die in Hamadan het principe ‘geen kamer geen WiFi’ hanteert. Dan boodschappen bij de kleine middenstand, waarbij we het gevoel krijgen dat we in dit dorp niet zo welkom zijn. Het viel ons al op dat Engelse teksten op sommige borden langs de weg met de spuitbus onleesbaar waren gemaakt.

Op hoge toeren door richting Farsan. Na twintig minuten, is het lampje niet verdwenen, erger nog, er komt een lampje bij: het spiraaltje van het voorgloeien gaat branden. Even Amersfoort bellen. Met de telefoon van Wim, want die van ons weigeren te bellen, ook al zetten we roaming aan. Onbegrijpelijk. Ruud stelt ons weer gerust: ons roetfilter is nl. niet ‘ingeregeld’ of zoiets (ik weet niet meer hoe hij het noemde) en daarom kunnen we er mee doorrijden, als de auto het goed blijft doen. Echt blij worden we er niet van, zeker niet als ook het lampje van de katalysator er bij komt. Shit!
Ruud: zolang de lampjes oranje zijn, niet wanhopen. Misschien ziet het er morgen, na een nacht stilstaan anders uit. Nogmaals, als de auto het goed blijft doen…. En elke dag die hoge toeren blijven maken.
Gerda zegt: “Dit is nou precies waar ik bang voor was”. In elk geval proberen we het tot morgenochtend van ons af te zetten.

Zo’n 60 km. voor Isfahan kijken we naar een plek om te overnachten. Om daar laat in de middag, moe aan te komen, lijkt ons niet verstandig. We zijn het erover eens dat we een eind van de drukke snelweg vandaan willen, maar nemen per ongeluk een verkeerde afslag. Daardoor komen we niet op een landweg, maar voor de poort van een staalfabriek terecht, nadat we eerder al bij een wapenfabriek in de buurt waren.
Er ligt een groot, bijna leeg parkeerterrein bij en Ger en Wim vragen bij de portier of we daar misschien mogen overnachten. Geen probleem.
We gaan er staan, alleen ik heb er veel moeite mee. Het is toch dicht bij de snelweg, dus veel verkeerslawaai, waardoor we eigenlijk beneden zouden moeten slapen met het dak dicht. En daar is het te warm voor. We hebben het er met z’n drieën over en na een tijdje kan ik er mee leven. Of ik er ook mee kan slapen, dat gaan we nog zien!

We eten al een week dezelfde plastic worst

Iran en zijn monumenten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor de derde keer vandaag krijgen we bezoek van een man in een auto. Nu iemand van de bewaking denken we. We verstaan hem niet en wijzen naar de toegangspoort. Hij tikt op z’n horloge en rijdt weg richting portiershok. We hebben hem niet meer gezien.

Morgen Isfahan, we zijn benieuwd. Heftige stad denken we, 1,5 miljoen inwoners. Als ik aan de stad denk, zie ik altijd een landelijke plaats voor me, met groene heggen en een bescheiden moskee. Zal wel door het gedicht komen van de tuinman. Op de kaart staat een camping aangegeven langs één van de toegangswegen. Het zou geweldig zijn als die er echt blijkt te zijn.
Over moskeeën gesproken, daar hebben we totaal geen last van. Of we staan op de goeie plekken of ze roepen veel minder dan in Turkije.

Menu van de dag: couscous, komkommersalade, linzen met ui, wortel, rash el hanout (hoe schrijf je ’t ook weer), in de koekenpan gegrilde aubergineplakken.

4 thoughts on “De aanloop naar Isfahan

  1. Zo eens even op de kaart gekeken waar jullie ongeveer zitten. Best wel al diep in Iran. Ik neem mijn petje weer voor jullie af. Jullie zijn niet voor 1 gat te vangen. Ga zo door………… en houd de moed erin!

    • Leuk dat je hebt gekeken! Ja, en de temperaturen zijn gelukkig nog gematigd! Wanneer gaan jullie op stap?

  2. Wij vertrekken maandag naar Poortvliet. SPECTACULAIR Niet? ?????
    Morgen halen we ons nieuwe vakantieverblijf op.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*
*
Website