De schrik van Langar

Zaterdag 2 juni 2018

Weer een zaterdag zonder vis van Klaas. Een harinkje zou best smaken bij de route van vandaag. Bij alle routes trouwens!

‘t Is een prachtige rit qua uitzicht. Wat liggen die uitlopers van de Himalaya daar toch hoog, puntig en wit. Maar ook de lagere bergen op de voorgrond mogen er zijn. Voor het eerst zien we kinderen in de rivier zwemmen en vanuit Afghanistan zwaaien de mensen naar ons. Zo dichtbij is het. We zwaaien en toeteren terug.

Ook weer hard werken qua autorijden. We komen door het dorp Shitkharv. Ik zeg tegen Ger:

“Als het woord ‘kharv’ in het Nederlands ‘weg’ zou betekenen, dan klopte het precies!

Guesthouse

Onderweg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Veel wasbord, waar ze om het op te vullen of zo(?) een dikke laag fijn grind op hebben uitgestort, zo dik, dat we er af en toe op slippen. Never a dull moment.

Voor het eerst zien we een soort monumenten versierd met de grote horens van het Marco Poloschaap. Dat leeft hier in Zuid-Oost Tadjikistan en heeft ontzettend grote horens. Er mag gecontroleerd gejaagd worden op de oudere dieren en daarom schijnt het goed te gaan met het schaap omdat de illegale jacht is afgenomen. 

Garmin kent niet één plaats op de route die we nu rijden. Gelukkig kan het niet fout, het is een kwestie van de weg volgen.

Ons doel voor vandaag was Langar en dat gaan we halen. Kort daarvoor vragen we aan een man op straat hoe ver het nog is (5 km.) Ongevraagd duwt hij ons een visitekaartje van een hostel in de hand, waar we beslist naar toe moeten. Dat zoeken we zelf wel uit.

Langar blijkt heel klein. Het hostel van het kaartje is erg duur en we kunnen er eigenlijk niet bij komen met de auto omdat er diepe geulen voorlangs zijn gegraven, waar water doorheen stroomt. 

Terwijl we zo zachtjes, al speurend, door het dorp rijden, komen mensen telkens naar de auto gelopen om hun respectievelijke Homestay aan te prijzen. Eén man vraagt daarbij of we doorgaan naar Murghab? “Yes”.

Horens van het Marco Poloschaap

Wegje

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat kan niet met onze auto, zegt hij. Hè? We schrikken ervan, maar we bewaren hem even voor later, als we een plek naar onze zin hebben gevonden. 

Het wordt aan het begin van het dorp, een groot ommuurd stuk land, waar we alleen bij de moestuin staan, geen andere gasten. Wel heel veel bergen om ons heen. Twaalf dollar met gebruik van douche en wc. WiFi kan je hier wel vergeten en de 3G van TCell haalt na lang smeken een mail binnen. 

De gastheer vertrekt zwaaiend met zijn lesmap naar Engelse les. Als hij terug is, moeten we eens even met hem gaan zitten m.b.t. die opmerking dat wij niet met onze auto naar Murghab zouden kunnen. Dat hoor je dan hier! Vanaf Dushbane informeren we bij autochtonen die er wat vanaf weten, bij de eigenaren van guesthouses en bij buitenlanders die de route net zelf hebben gereden. Niemand heeft ons verteld dat het niet kan. Bovendien zijn er nog de blogs van reizigers die met dezelfde soort auto als wij hebben de tocht volbrachten. 

Wij hadden dus verwacht dat Langar veel groter zou zijn en hebben onderweg niet getankt. Nu blijkt er zelfs geen tankstation te zijn. Evenmin als een bank of andere geldwisselmogelijkheid. Lekker verhaal! 

 

 

 

 

 

 

 

 

Via de gastheer wordt geregeld dat er morgenochtend om 8 uur diesel wordt gebracht uit een dorp 5 km. hier vandaan; 40 liter voor 42 dollar incl. bezorgkosten. En als we nou het teveel betaalde in Somoni terugkrijgen, is tegelijkertijd een stuk van het geldwisselprobleem  opgelost. 

En dan over de weg naar Murghab. Onze gastheer trekt er een bedenkelijk gezicht bij. Maakt veel gebaren van hobbels, putten, grote stenen etc. Een belangrijk punt lijkt dat direct na Langar de weg erg steil omhoog gaat. Verder constateert hij dat onze auto niet zo hoog op z’n poten staat….dat is zo. Maar ja….misschien….slowly, slowly…20km./uur. Nou, daar kwamen we tot hier toe dikwijls ook niet boven! Hij belt een Engels sprekend persoon en geeft mij zijn telefoon. Erg veel wijzer word ik er niet van. 

Na de aanvankelijke schrik beginnen we er toch weer in te geloven.

We slapen op 2800 meter. 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*
*
Website