Een halve Kever en een paardenkop

Dinsdag 18 juni 2019

Niet normaal wat een windvlagen er om ons heen en tegen ons aan bulderen! Toevallig staan we met de achterkant naar de windzijde gekeerd, zodat het tentdoek niet klappert en het betrekkelijk rustig is in huis.

Tijdens het ontbijt zie ik de man van gisteren langs de sluis met touw in de weer op een manier die me doet denken aan het afmeren van een schip. Ik kan het niet goed zien vanwege de geparkeerde auto’s. Ger kijkt ook even uit het raam en zegt: “Ik zie geen mast”. Nu wil ik het zeker weten en jawel…met wat meer inspanning zie ik wel degelijk een mast! Een zeilboot in de sluis. Gerda is al weg. Een Brits schip met een man en vrouw aan boord. Uit het feit dat de man een paar keer op en neer loopt tussen de boot en het kantoortje leiden we af dat er formaliteiten afgehandeld moeten worden. De storm staat vol op de zijkant van de boot, wat het wegvaren niet makkelijk maakt. Met z’n drieën de boot van de kant af duwen, kan maar net voorkomen dat er schade gevaren wordt. Maar het éne schip gaat en het andere komt. Het tweede komt uit Den Helder, het derde uit Frankrijk en het vierde uit Zaandam. Dit hoor ik allemaal van Gerda, die haar hart ophaalt! Begrijpelijk dat de boten deze weg nemen richting westkust; zodoende vermijden ze het ronden van de noordkust, waar storm en gevaarlijke stromingen het niet makkelijk maken.  

Drukte bij de sluis

Afscheid van Mabel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We zijn er klaar voor: m’n verhaal is af, de sluis wordt gesloten om reden van te harde wind, nu nog Mabel gedag zeggen. Voor we dat doen, bedanken we de sluisman hartelijk voor de gastvrijheid, waar hij heel sympathiek op reageert. Bij het huis van Mabel tikt Gerda op het raam en zegt: “Ze lag te slapen op de bank”. Twee tellen later doet ze lachend de deur open en nodigt ons binnen. Heerlijk warm is het in haar kamer door een ouderwets soort open haard. “Ik heb zo weinig geslapen vannacht”, zegt ze, “maar ik heb genoten van de volle maan. Zagen jullie die ook?” Nee, wij niet. We wisselen adressen uit en maken een paar foto’s met haar bij het huis. Ze was ooit aan de Noord-Hollandse kust, alleen hoe komen wij aan een ansichtkaart uit Bakkum?

De keuze die gemaakt moet worden, is wel/niet langs Loch Ness richting Zuiden rijden. We willen in elk geval de Grampian Mountains niet overslaan en ook naar de Noordoostpunt met Aberdeen als grootste stad, zijn we nieuwsgierig. Van het Loch Ness hebben we het gevoel dat het ons niet erg zal aanspreken, maar ja…dat kan een serieus geval van vooroordeel zijn. We besluiten om de westelijke kant ervan te rijden tot Fort Augustus. Gaandeweg wordt het voor ons duidelijker hoe we het verder willen aanpakken en in plaats van bij Fort Augustus slaan we linksaf bij Spean Bridge, de A86 op.

Loch Ness

Schotland en zijn monumenten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Qua Loch Ness krijgen we gelijk: niet dat het lelijk is of zo, maar het is veel van hetzelfde. Water met groene (naald)boomheuvels erlangs. Daarbij komt dat je blij mag zijn dat je er af en toe een glimp van kan opvangen, want tussen het Loch en jouw auto staan bomen in de berm als praktische bezwaren (vrij naar Elsschot). Daarbij komt dat de tweebaansweg die er langs loopt ontzettend druk is, ook met vrachtverkeer en niet relaxt breed. Degene die rijdt heeft alle aandacht nodig bij het verkeer.

De plaats Fort Augustus lijkt behoorlijk toeristisch. Eerst rijden we een eind langs Loch Oich, alwaar de mooie oude Oich Bridge te zien is, na Laggan gaan we over op Loch Lochy(!): de namen waren blijkbaar op. Aan de overkant ervan liggen een paar mooie heuvels, o.a. de Ben Tee.   

Bij Spean Bridge nemen we de A86. Intussen is het alweer een uur of half 5, dus uitkijken naar een kampeerplek. In het plaatsje Roy Bridge staat een bruin bord met iets van ‘Ice Age’ en ‘Glen Roy’, maar eens kijken dan.

Ons uitzicht met…

…richels uit de IJstijd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na een kilometer of vijf rijden we een mooi plateau op met aan alle kanten een fantastisch uitzicht. We hoeven geen seconde na te denken: beter kunnen we het niet krijgen. Geen verbodsborden, dus de boer, die we zonet tegenkwamen in z’n auto en bij het passeren zo boos naar ons keek, krijgt ons niet weg. Er staan wèl informatieborden, die ons wijzen op de richels in het landschap, veroorzaakt door gletsjers. 

We zijn nog niet uitgepraat over het geluk dat we hebben om op deze plek te staan als er een witte T3 met als aanhanger een halve Kever het terrein oprijdt. Dat is niet zo erg, alleen ze rijden er niet meer af. Nooit denken dat je het alleenvertoningsrecht hebt, Riet. 

Gerda, die even in de rondte heeft gekeken met de verrekijker zegt: “Heb je dat paard daar gezien op de berg?” Ja, ik zie het ook. Het staat te grazen precies op de kam van een helling, zodat het silhouet zich duidelijk aftekent tegen de lucht. Van tijd tot tijd, bij het om me heen kijken, zie ik het bezig, steeds op dezelfde plaats. Een tijd later schiet Ger in de lach en geeft me de verrekijker: “Moet je eens naar dat paard kijken”, zegt ze. Dat doe ik en..zie een boom! Het was niet tot me doorgedrongen dat het vreemd is, een paard dat een uur op dezelfde plaats blijft staan grazen.

 

2 thoughts on “Een halve Kever en een paardenkop

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*
*
Website