Geluidsgolven aan zee

Donderdag 4 juli 2019

De merel en een andere vogel, die een soort ‘ha ha ha’-geluid maakte waren de schapen vóór, die om een uur of half vijf begonnen te blaten en wel bij de omheining naast onze auto, alsof ze het er om deden. Ik ben nog terug in slaap gevallen, maar Gerda heeft zowat een heel boek uitgelezen. Om half zeven komt de quadherder aanscheuren, op zich mag dat best wat later, wel heerlijk dat hij die schapen weghaalt. Om met Ger te spreken: “Wat een zeikerds zijn dát”. 

Zo moeilijk als we het gisteren hadden met het oversteken van de A9 en de pogingen om er niet op terecht te komen, zo soepel steken we vandaag de M90 over. Iemand is namelijk op het idee gekomen er een brug overheen te bouwen, goed hè? 

Gerst

Schotland en zijn monumenten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onze route voert onderlangs het Firth of Tay, alwaar geen begroeiing! Je kan ‘gewoon’ uitkijken over het water. Veel landbouw; de akkers liggen er prachtig bij. Mooie aardappelplanten en prachtige zachtgroene gerst, dat als zijde kan glanzen in de zon. Als er dan ook een straffe wind overheen blaast, lijkt het net de golvende zee. Als kind vond ik dat al zo mooi. Net als het vlas: eerst als het bloeide in juni met helblauwe bloempjes en later als de bruine zaadbolletjes er aan zaten. En nu ik toch bezig ben: met m’n neef in het papaverveld van de boer maanzaad uit de bollen eten, heerlijk! Misschien was dat het begin van alle verslavingen. 

Bij Tayport houdt het op, voor ons dan, de gewone man. Hoewel Gerda steeds zegt dat golf hier geen elitesport is, zie ik hotels en clubhuizen op de terreinen staan als paleizen zo groot. Het lijken geen voorzieningen waar de doorsnee Schot komt om zijn whisky te drinken. Wij moeten dus afslaan naar de B945 richting Leuchars en komen uiteindelijk op de A1 St. Andrews binnen, waarvan de golfbaan, zo las Ger, het Walhalla voor golfers is. 

Een mooie stad, zo op het eerste gezicht, vol oude gebouwen en als je ineens voor de ruïne van de kathedraal staat, weet je niet wat je ziet. Indrukwekkend. En dat alles ook nog eens vlak aan zee. Er zijn uiteraard toeristen, maar de sfeer is prima en de drukte niet storend, wel het gebrek aan lege parkeerplaatsen. Het vraagt wat in de rondte rijden voor we staan. Natuurlijk gaan we de  ruïne bekijken en verder wandelen we wat rond. Bij de jachthaven zijn enkele mooi gelegen parkeerplaatsen waar we vannacht zouden kunnen blijven. Bij nader inzien vinden we het er toch te onvrij en door de grote gaten in de ondergrond, zouden we aardig scheef komen te staan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Aan de zuidkant van de stad is een mooi terrein, waar de gele verbodsborden ons al van verre toeroepen ‘No overnight parking!’. Er zit niet veel meer op dan door te rijden naar Crail, onderweg steeds uitkijkend naar afslagen die naar zee zouden kunnen leiden. Gerda is hierbij de pessimist en denkt gauw dat een bepaald wegje niks wordt, ik ben de optimist en zie overal wat in. Conclusie: we missen ongetwijfeld mooie kansen, maar moeten ook regelmatig keren op boerenerven, bij mensen in de tuin etc. 

Tot bij Kingsbarns: een bordje met zoiets erop als ‘award winning beach’! Die is voor ons! En inderdaad, rustige parkeerplaats aan zee en strand. Er staan een paar bordjes dat je er niet mag kamperen. “Dat doen wij immers niet, wij slapen alleen”, vind ik en Ger is het daar roerend mee eens. Bovendien staat er op de naastgelegen picknickwei een gezin met een bungalowtent. Ger gaat even vragen of die hier ook blijven. “Ja, wij zijn hier al drie nachten”, zeggen ze, “en op die droge plekken daar hebben vannacht twee campers gestaan, niks aan de hand”. Nou, wat boffen we, alweer een superstek. Goed, er komt nog een camper, maar het is groot genoeg hier en ze nemen de andere kant van het terrein. 

Het weer is een beetje guur, geen zon, 15°. Toch lopen veel mannen in korte broek, wat Ger regelmatig verbaast. Ik roep standaard: “Het is zomer Ger!” Volgens mij vergeet ze dat. 

Vogel van de eeuwigheid

Ook papavers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We eindigen met z’n drieën: er komt nog een VW-busje met hardtop en erin een jong gezin met een jonge tweeling, Fransen. Het zijn plaatjes van kinderen, dat zal je mij niet vlug horen zeggen;) Toch een beetje afstand houden, want voor je het weet zien ze ons misschien als een paar leuke oma’s, wat we natuurlijk ook zijn. Verder de gebruikelijke hondenuitlaters. 

Wat we niet verwacht hadden, gebeurt: een fantastische lichtshow! Met aan de ene kant een strook nevelig licht, die precies achter twee boompjes op een landtong valt. Het is niet goed te beschrijven. En te fotograferen?….hmmm, Gerda heeft het geprobeerd. Wat zich op het strand afspeelt, met het licht en de basaltblokken is ook spectaculair, alleen de foto’s die ze daarvan heeft gemaakt, zijn allemaal veel te licht, waarschijnlijk is er één of ander filter nodig om dit effect vast te leggen. 

Menu van de dag: hetzelfde als gisteren, want voor twee dagen gekookt, alleen de groente verschilt: vandaag ijsbergsla met dressing van knoflook, peper, citroensap, mosterd, mayonaise, gembersiroop/verse erwtjes door Gerda gedopt!! Correctie: overal waar ik bij het menu ‘gemberolie’ zei moet het ‘gembersiroop’ zijn. Zou ik zelf in de olie zijn geweest?

 

 

 

 

 

 

 

 

Wie dat misschien nu wel is, is de man van de bungalowtent. Om tien uur ben ik het zo zat, dat ik hem het liefst zou afmaken! We hebben nu al vijf uur lang zijn opgefokte geschreeuw en gelach aangehoord en dat van z’n zoon erbij. Maar hij is de grote animator. De man beheerst ononderbroken het hele terrein, zoiets hebben we nooit meegemaakt. Ik denk dat hij niet eens op campings kan staan, want met dit gedrag word je daar geheid verwijderd. We besluiten beneden te slapen en het dak te sluiten. De andere mensen hebben ‘dichte’ auto’s en waarschijnlijk minder overlast van hem dan wij. Zelfs in bed hoor ik hem nog een paar keer schreeuwen. 

Benieuwd of we vannacht ook nog gestoord gaan worden door de ‘kampeerpolitie’!

 

 

2 thoughts on “Geluidsgolven aan zee

  1. I love the photos of the light show, especially the first one. Also, we do have a place called Walhalla outside Melbourne. It is a tiny gold mining town. Only a few people live there full time but in summer that number swells. It’s situated in a gully between two mountains and it never bores when you go there. You can tour one of the mines too.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*
*
Website