Gerda denkt nooit aan de Nieuwe Merwede

Maandag 20 juni

“Ik ben nog nooit in Werkendam geweest”, zeg ik tegen Gerda als ze vraagt of we naar het Noorden of het Zuiden zullen rijden. “En ook niet in Willemstad. Dus als we daar eerst eens naar toe gingen”?
We zijn meesteressen in het op het allerlaatste moment kiezen voor een bestemming.
Groningen is ook een optie. Maar mooi weer en geen strand? Hm.
Eigenlijk gaf Marc Heldens gisteravond het cruciale zetje, toen we onverwacht samen met hem en wat anderen, die zich bemoeid hadden met de Amsterdamse architectuurdag, bij NAP aan de haven zaten te eten. Een hap bij NAP….inderdaad.
Hij had het over een particulier museum of zo bij Stekene in Vlaanderen, dat na enig zoekwerk op de phone de Verbeke Foundation in Kemzeke bleek te zijn. De foto’s op de site stonden ons wel aan en dat in combinatie met Vlaanderen….dan val je als Groningen toch echt uit de competitie. 

Mooi weer is nog geen sprake van als maandag onze testweek met de nieuwe buscamper begint: VW California, type Sonora. Ik noem hem ‘nieuw’, maar ’t is een tweedehandsje uit 2007.
Het regent behoorlijk en Ger weet te melden dat er een depressie van 850km. lengte over ons land schuift vandaag. Maak je borst maar nat.
Werkendam dus. We stellen een route zonder snelwegen in op de navigator, waardoor we niet zo rap Amsterdam uit zijn als Gerda zou willen. Mopperdemopper. Maar in de Vechtstreek, waar niet alleen de natuur rijk is, is ze al helemaal gewend.
Veerponten zijn wel ingeprogrammeerd en we nemen er twee. Eén over de Lek bij Culemborg en nadat we Hei- en Boeicop rechts hebben laten liggen (boeien!) eentje over de Waal naar Brakel.

De Waal

De Waal

De Lek

De Lek

In plaats van in Werkendam komen we terecht in Nieuwendijk. Daar schakelen we over op de GSM, die ons naar de juiste bestemming brengt, zijnde een parkeerplek bij het plaatselijke oorlogskerkhof.
We spoeden ons naar de twee café’s die we vanuit de auto zagen. Het eerste, De Lachende Gans, is gesloten, het andere is geen café. Radeloos klampen we een vrouw in een lingeriezaak aan. Waarom die trouwens wel open is, snap je niet. Zij heeft nog een suggestie voor ons: This-it. We keren om en jawel: this is open! Op de heenweg zijn we er klakkeloos voorbij gelopen, zo onopvallend en niet stereotiep is de voorgevel.
Binnen is het een prima café, met volk dat makkelijk contact zoekt. Waar we vandaan komen, waarom we hier zijn etc. We krijgen legio suggesties voor slaapplekken in en bij de Biesbosch, die hier om de hoek ligt. Was nog niet tot ons doorgedrongen.

Mijn hemel ziet er anders uit

Mijn hemel ziet er anders uit

Bij het uitrijden van het dorp zien we nog een leuk café: “Vrouwenhemel”. De vraag is echter: zouden wij daar toegelaten zijn? Je hoort wel eens verhalen dat er bij dat soort gelegenheden selectie aan de poort plaatsvindt.
Ger wijst op een lelijk gebouw, dat een eindje verderop in het groen ligt, niet te ver van het water.
“Laten we daar ook even gaan kijken, misschien is het een goeie plek voor vannacht”.
Het blijkt het terrein te zijn van de Schwarzkopf Academy, jawel. Die vlieger gaat dus niet op. De telefonerende tuinman onderbreekt voor ons zijn gesprek: “Ik bel je over een paar minuten terug Harry”! en denkt dat de Natuurcamping een goed onderkomen voor ons is.
We gaan er kijken, we moeten toch die kant op, maar het is het allemaal nèt niet. Beetje saai terrein, nat gras…
’t Is wel een prachtig gebied waar we doorheen rijden; laag en uitgestrekt met veel water en wat struikgewas. En vogels.
Bij de veerpont over de Nieuwe Merwede naar De Kop van ’t Land vinden we rust. Naast de op- en afrit voor de boot is een verhoogd stuk asfalt, waar we prachtig staan en zicht over de rivier hebben. Voor het eerst gaat het dak omhoog. Spannend en onwennig, zo’n systeem dat we zelf niet in de hand hebben.

Hoeveel tinten grijs.....?

Hoeveel tinten grijs…..?

Om een uur of acht, als de pont is gestopt met varen, komt een Opel Vivaro aanrijden, die precies voor de waterlijn stopt. De bestuurder pakt een hengel met kunstaas achter uit de bus en zwiept de boel direct in het water. ’t Is geen geduldig tiep; hij loopt constant van de éne kant van de auto naar de andere omdat-ie niet snel genoeg beet heeft. Driftig rukt hij aan de hengel als de lijn even in het zeewier terecht komt. Net zo lang, het kon niet uitblijven, tot hij het hele tuig van de hengel trekt. Klaar.
In de auto, starten….niks. Nog eens starten….niks. Na een stuk of 5 keer geeft hij het op.
“Ik ga hem niet achteruit die helling op slepen hoor”, zegt Ger.
“Tuurlijk niet”.
Een kwartiertje later stormen er twee kleine bestelautootjes aan, type Kangoo of Caddy. Nog voor ze stilstaan, vliegen de portieren open en het wordt een gezellig samenzijn met bier, treklint, nieuwe hengels enz. Niks van ‘onze vriend is in nood, die redden we even’.
Tussendoor komt er nog een politieauto bij en wij denken: ‘dat wordt het einde van ons verblijf hier’. Niks van dat al: ze kijken niet eens naar ons.
Als hun feestje klaar is, stappen ze allemaal in hun auto’s en guess what: de Vivaro start zonder enig probleem.

Rust. Vogels. Ganzen, reigers, mooie sternen. Gerda weet alleen niet welk soort.
Het is droog geworden. Bedtijd.
Net voor ik inslaap, hoor ik Gerda zacht de inmiddels legendarische woorden spreken: “De Nieuwe Merwede….daar denk ik nou nóóit aan”….

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*
*
Website