Woensdag 28 mei 2025
Gisteravond gebeurde er niks, behalve dat er een erg grote Nederlandse camper als derde hier op de grasstrook kwam staan. Ver genoeg bij ons vandaan.
Vanochtend half 8: buiten is het 9° onder een zonnige lucht. De kachel gaat even op 8.
Boven het meer vliegen gierzwaluwen, in het meer zwemmen parelduikers en we horen en zien de koperwiek: vogel van de dag.
Om half negen is het 11° en schijnt de zon door de open schuifdeuren naar binnen. Wat een heerlijk verschil met gisteren!
Als ik terugkom van het toiletgebouwtje, zegt Ger: “ Moet je eens luisteren naar die koperwiek, het is net of die steeds ‘ik weet het niet’ roept”. Ze heeft gelijk en het geluid heeft ook nog de juiste intonatie, beetje zielig, neigend naar wanhoop, tegelijkertijd is het ook grappig.
Na een poosje ga ik eens zoeken op internet naar het geluid van de koperwiek, kijken of dat specifieke riedeltje er ook opstaat. Tot mijn verbazing hoor ik het nergens; alleen geluiden die er totaal niet op lijken. Vergissen wij ons misschien? Gerda neemt het geluid nog eens met haar telefoon op en de app reageert weer onmiddellijk met: koperwiek. We laten het los en wie het weet, mag het zeggen.
In Vingrom hebben we weinig keuze, dus de boodschappen halen we bij de Rema1000. Ik vind het niet zo’n prettige supermarkt; qua assortiment en kwaliteit net wat onder de maat. Voorts heeft het dorp geen tankstation en Vinmonopolet. Nee….de flessen van gisteren zijn nog niet leeg, we hadden ons vergist in de voorraad witte wijn die we nog hadden.
We beginnen onze route over wegnr. 250 en daarover heb ik weinig bijzonders te melden. Heuvels en veel puntige naaldbomen, die het uitzicht belemmeren. Dan ineens in de verte besneeuwde bergen! en een parkeerplaats die we opdraaien voor de lunch. Beneden was het even 15,5°, maar door het stijgen, moeten we hier doen met 10.
Voor we in Dokka aankomen, waar alles is wat een mens nodig heeft, diesel en drank, krijgen we een flinke, doch korte hagelbui op het dak en af en toe een beetje regen. De zon blijft overeind.
Na Dokka rijden we over de 33, daarna een stuk E16 om bij Fagernes de 51 op te pakken.
Veel minder naaldbomen en meer uitzicht. In de bermen staan veel roze en paarse lupinen tussen het fluitekruid; een feest om naar te kijken. Later rijden we kilometers langs bermen die letterlijk bezaaid zijn met felgele bloemen, geen idee welke. Links van ons stroomt de Etna, die er een stuk minder bedreigend uitziet dan haar naamgenoot op Sicilië, die, toen wij hem zagen constant vurige adem uitblies.
Onze eindbestemming staat ingesteld op de plaats Bygdin, maar voor we er zijn, rijden we door een boomloos berglandschap met kleine meren en deels bedekt met sneeuw. We leven op en zoeken uitgebreid op Park4Night naar een mooie plek om te overnachten. Die zijn er genoeg in dit gebied, alleen bijna allemaal langs de weg. We denken dat we het wel aankunnen, dit is beslist geen weg waar ‘s nachts veel gebruik van wordt gemaakt.
Na wat heen en weer rijden tussen verschillende parkeerplaatsen en inschatten op welke plaats de bergwind het minst vat op ons kan krijgen, vinden we een stukje gravel naar ons zin. Er staan al twee andere campers, die na een poosje vertrekken.
Gerda doet haar ski-jack aan en trekt de woeste leegte in! Ik schrijf in de verwarmde bus mijn verhaal; verschil moet er zijn.
Menu van de dag: roerbak van voorgesneden wortelen, kool, courgette, ui en knoflook met sojasaus, en eveneens gebakken gamba’s.
Wat opvalt is dat er betrekkelijk vaak motorrijders langskomen. Deze weg behoort tot één van hun tien favoriete routes. Hopelijk slapen ze ‘s nachts.
Tapuiten dicht bij de bus.
Tot morgen!






Gestaag Noordwaarts zie ik. Vooralsnog mijden jullie (bewust) de fjorden?
Ha Gerard, nee hoor, het is alleen zo dat ons ‘rondje’ in het Noorden en Oosten begint en dan daarna wat westelijk naar beneden en het Zuiden. Zoiets. Maar ik denk dat je ons vast wel eens hebt horen zeggen dat we niet zo gek op fjorden zijn. Dat is dus zo. We vinden het er vaak zo donker. Als ze smal zijn en de heuvels/bergen hoog, dan kan de zon het water nauwelijks bereiken. Maar in mijn herinnering zagen we er ook wel eens die meer open waren en die vonden we dan best mooi.
Ahhhh, het landschap gaat me nu bevallen, de woeste leegte zoals jij dat noemt. Wijntje erbij, kachel aan, en niets meer aan doen.
Zo is dat!en…geen muggen!