In Europa

Zondag 4 juni 2017

Echt verschrikkelijk druk werd het niet bij het meer. Gewoon gezellig. Geen lawaaioverlast in de zin van harde muziek o.i.d. Zelfs de kinderen amuseerden zich zonder geschreeuw.
Er is één ding waar ik last van blijf houden. Ik leg het uit aan de hand van de situatie hier bij het meer. Kijk, dat die mensen hier komen picknicken in de avond, prima. Dat onze bussen opvallen en dat de mensen daar naar kijken en/of nieuwsgierig zijn, geen probleem. Wij staan tenslotte vlak naast hun picknickveldje. Maar…het wordt donker. In de bus moet het licht aan, willen we nog wat kunnen lezen, schrijven etc. Ik kan buiten niks meer zien, omdat ik in het licht zit en het buiten donker is. Vanaf dat moment voel ik me vreselijk ongemakkelijk. Ik zit in een etalage en weet dat er op enkele meters afstand mensen al mijn doen en laten volgen. Wil ik me dan nog vrij kunnen voelen, moeten de gordijnen dicht. Ik zou dus volledig ongeschikt zijn voor raamprostitutie.
Mijn vraag is: is dit een geval van mensenschuw? Zijn er onder jullie mensen die hier ook last van (zouden) hebben? Stel dat het je huis was en ze stonden vlak voor je ramen. Zeg het mij! Nu of later. Ik ga er altijd van uit dat, wanneer ik ergens last van heb er honderduizenden mensen zijn, die dat ook hebben. Alleen het zou me goed doen het te horen. En natuurlijk hoeft niemand zijn of haar moeilijkheden op het blog te melden. Kan ook per mail of wanneer we elkaar weer spreken tijdens een heerlijke maaltijd zonder courgettes, tomaten, lichtgroene puntpaprika’s en kleine komkommers, die eigenlijk al te zacht zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Over ellende gesproken, we reden ineens achter en wit soort busje met laadbak. Groen knipperlicht en in de bak een groene doodskist. Het maakte een veel minder ernstige indruk dat het zwart bij ons. De foto is onscherp, maar ik zet hem er toch bij.

Istanboel, een mijlpaal. Wat een stad met z’n ruim 14 miljoen inwoners. Ik heb niet op mijn horloge gekeken, maar er komt geen eind aan!
Dan de grens. Ongelofelijk wat een rij vrachtwagens. Zeker vijf kilometer lang wordt de rechter rijstrook in beslag genomen door stilstaande trucks. Wij rijden er langs en komen in de normale procedures terecht. Vijf keer paspoort controleren, twee keer autopapieren, drie keer schuifdeur en achterklep open, veel stilstaan en wachten tussendoor. De laatste ambtenaar op Turkse bodem hoeft blijkbaar niks van ons te controleren. Het enige wat hij doet, vanachter zijn loket, is een zin herhalen, die eindigt op ‘Erdogan’. Ik denk ‘je doet je best maar’ en blijf hem een soort vragend aankijken. Daarna vat hij e.e.a. als volgt samen: “Erdogan okay! Holland….”. Bij het laatste woord gaat zijn duim naar beneden. Wat een zielepiet. Misschien is er een camera, die registreert hoe vaak hij dit zegt en wordt hij per keer betaald.

Sofia

Vogel van de dag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is vijf uur als we Bulgarije inrijden. De afslag die Ger neemt, leidt naar een dorp waar je niet echt blij van wordt, hoewel…. er is ruimte zat. Onder andere een rijtje gesloten en vergane winkels met een even triest plein er voor, dat ontoegankelijk is voor auto’s. Er naast kan wél en daar staan we dan. Prima plek. De mensen, die ons zien, verblikken of verblozen niet. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, dat twee buitenlandse auto’s midden in hun dorp komen staan.
Ongelofelijk hoe we met rust worden gelaten: door kinderen die dichtbij aan het spelen zijn, door volwassenen die met hun auto’s thuiskomen en vertrekken.
Toch heb ik het gevoel dat het goed is om even contact te maken met de mensen die het dichtst bij wonen. Dat ze weten wat we van plan zijn etc.
De man waarmee ik ‘praat’, begrijpt het en zegt dat er geen enkel probleem is dat we hier blijven vannacht. Hij begint een verhaal waarin de woorden Francia en België voorkomen, alleen ik begrijp er verder niks van. Hij gaat verder zijn gang en ik had het daarbij moeten laten. Stom dat ik me een soort verplicht voelde om een vrouw, die er ook bij kwam staan, uit te nodigen om bij onze auto’s te kijken. Ik dacht, die gaat zo weer weg. Integendeel, ze wil graag in één van onze klapstoelen zitten, lult maar door in het Bulgaars en is voorlopig niet weg te branden. De enige oplossing die we zien, is om alle drie met het eten aan de slag te gaan en haar aan haar lot over te laten. Uiteindelijk dringt het door en hijst ze zichzelf omhoog uit de stoel. Het was al een wonder dat ze er in paste, ze is nl. vreselijk dik en heeft niet voor niks last van haar knieën.

Praatje met de buren

Lekker pleintje

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is de eerste avond sinds… wanneer? dat er alcohol in huis is. Slijterijtje bij het kantoor waar we het wegenvignet kochten. Een dunne en niet lekkere Merlot vergezelt het menu van de dag. Meer smaken hadden ze niet. Okay … een biertje voor Gerda en raki voor mij.

Maandag 5 juni 2017
Het dorp waar we vannacht sliepen, heet Balgarin. Het is natuurlijk ontzettend flauw als ik zeg dat ze vroeger een voetbalclub hadden, die bijna nooit scoorde en dat het hele dorp dan riep: “Bal ga ‘r in!”
Ger ziet dat er een paar marktkraampjes worden neergezet en denkt dat ze er of oliebollen verkopen of aardappelen. Op haar aanraden, gaat Wim kijken en komt terug met de teleurstellende mededeling dat het gewassen aardappelen zijn.
Niet zo verbazingwekkend, want de weg loopt uren lang door immense koren- en aardappelvelden.

We naderen Sofia en omdat Garmin ons op de heenweg dwars door de stad heeft gestuurd, spreken we af dat Wim voorop gaat rijden en dat we zijn TomTom volgen. Je gelooft het niet: Garmin geeft vóór Sofia de juiste route aan naar de ringweg en de TomTom van Wim leidt ons door de stad. Jammer, het geeft veel vertraging. Zo niet de grenspassage, alles gaat vlot en binnen no time zijn we in Servië.
Ik denk wel dat we als we weer thuis zijn, we een gesprekje moeten voeren met de mensen die ons de Garmin hebben verkocht. We nemen aan dat als je zo’n ding koopt, de kaarten die er op staan up-to-date zijn. Dat is hier duidelijk niet het geval.

Bulgarije en zijn monumenten

Moravica

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Net als we hebben besloten bij Mac Donalds te gaan eten, omdat we geen brood hebben gekocht, zien we een immense supermarkt, de Metro. Een soort Makro. Bij binnenkomst hoef ik geen pasje te laten zien, maar bij het afrekenen wel. Ik was er al bang voor. Gelukkig is de vrouw bij de kassa zo soepel om een fictief nummer voor me in te tikken, zodat ik met alle inkopen de deur uit kan.

Bij Moravica gaan we de weg af en de heuvel op. ’t Is even zoeken, maar dan komen we bij een soort park, waar we heerlijk in de schaduw van bomen kunnen staan. Ook nog eens op een heuvel zodat we uitzicht hebben en een heel klein beetje wind!
Al met al zijn we een beetje huiverig voor de Serviërs…wat is hun associatie met Nederland? Er zijn oude mannen dichtbij met een stuk of zes geiten, die het allemaal best vinden. Hoe later het wordt hoe meer mensen er komen wandelen, langsrijden in hun auto of op hun scooter.
We houden er rekening mee dat de politie gebeld zal worden en dat we nog zullen moeten verhuizen. Tot nu toe, bijna half elf, gaat het goed. We gaan slapen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*
*
Website