Mabel

Maandag 17 juni 2019

Voor de ‘buren’ wegrijden, vraag ik of ze nog belangstelling hebben voor de Sands Camping bij Gairloch, waar wij onze kleren hebben gewassen en versteld stonden van de locatie en kwaliteit. Hebben ze; ook zij hebben van tijd tot tijd behoefte aan een wasmachine plus droger. Gisteren stonden we even met hen te praten, zo gaat dat. 

Gerda is al op pad. Dat komt omdat er een auto arriveerde met een ouder echtpaar er in dat, net toen wij ons aan het verdiepen waren in de vraag of het vogeltje dat steeds op de brem(!) naast ons zit, nou een braamsluiper is of niet, een zak vogelvoer op het asfalt strooide. Met succes: tientallen vogels strijken neer en beginnen als bezetenen te pikken. Ger ziet er een vogel bij met veel geel, dus ze is niet te houden. Voorts zijn er aan een stuk of vijf palen van de afscheiding langs het terrein bakjes bevestigd en ook daar zit vogelvoer in. Allemaal het werk van dat echtpaar volgens Ger.

Schotland en zijn monumenten

Tarbat Kerkmuseum

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De vogel met het geel blijkt een geelgors te zijn: vogel van de dag. Bijna overal, dus ook hier, zijn er kneutjes. Ik kan ook zeggen ‘kneuen’, maar dat woord ziet er zo gek uit. Er is nog iets geks: toen we hier gisteren arriveerden, parkeerden we zo dicht mogelijk bij het water, ik bedoel daarmee bij de doorgang voor wandelaars richting keienstrand. Eén camper stond al op het uiterste punt en wij parkeerden er naast, zoals dat betaamt op gepaste afstand. Sindsdien is er geen beweging geweest bij of in deze auto. Niemand die terugkomt van een wandeling, buiten gaat zitten, gordijntjes open of dicht doet, kortom doodse stilte. De camper is erg gedateerd en ziet er niet uit, vaalgeel, van dat bubbeltjeskunststof en behoorlijk wat roest. Zo één waar wij niet dood in gevonden willen worden. Soit.

Goed, Gerda komt terug van haar wandeling, waarbij ze wat woorden wisselde met een echtpaar van goede komaf, dat begeleid werd door twee Schotse Collies. Daar geniet ze ook van. 

Vóór we vertrekken, heeft ze nog eens rond de stille camper heengedraaid: “Dat is niet goed daar hoor Riet, de sleutel zit in het contact, er staat een rugzak op de bijrijdersstoel, fiets achterop, ik denk dat er een lijk in die auto ligt. Wat moeten we daar nou mee?” “Naar de politie”, zeg ik, “melden wat je hebt gezien en vragen of ze daarvan op de hoogte zijn”. Dat doen we niet. 

Koningin der Picten

Nigg Bay

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nu we de uiterste Noordpunt hebben gezien, gaan we ook naar de tegenhanger in het Zuiden: Balnapaling. Onderweg is een intrigerend kerkje, dat we wel van binnen willen zien. Buiten staat een beeld van de koningin der Picten. Helaas is van het oorspronkelijke interieur niks meer over, het is nu een museum. “Are you interested in the Picts?”, vraagt de plaatselijke vrijwilligster. Niet genoeg om £6 uit te geven. Zegt meer van ons dan van de Picts ben ik bang. Nu we toch bezig zijn: Gerda ziet een andere kerk, die ze aantrekkelijker vindt, maar op slot is. Toch moet de Heere zelf ons hierheen hebben geleid, want naast de kerk, op een kleine camping, is een waterkraan. Gesterkt door dit geloof, vult Ger, zonder iemand iets te vragen, de jerrycan. 

Het landschap naar de Zuidpunt toe is vrij saai en de boortorens, die in Nigg Bay staan, hadden we totaal niet verwacht. Erbij ligt zo’n ontzettend groot schip, een hefschip heet dat geloof ik, er zijn immens grote opslagtanks, gebouwen, offshore gerelateerde bedrijven etc. etc. Kortom olie-industrie. Balnapaling zelf bestaat uit één rotonde, vijf huizen en een wei met twee campers. Helaas geen paling en al helemáál geen bal na. Tot onze verbazing komt er een kleine, volle veerboot aan, dat wil zeggen 2 personenauto’s, die er achteruit af moeten rijden. De opening is zo smal dat het personeel het geheel moet begeleiden. De hoek tussen de klep van het bootje en de kadehelling is dusdanig klein dat ik ons dat, met de trekhaak erbij, niet zo gemakkelijk zie doen. Verder is het wel een bizar gedoe. “Eerst maar eens vragen of we sowieso mee zouden mogen”, zegt Ger. De mannen vinden het goed. Toch doen we het niet, wie weet is de afrijsituatie aan de overkant nog slechter. Als ik het bootje leeg terug zie varen, knaagt het wel een beetje…

Bij Evanton zien we van verre een Lidl reclame, als we in een behoorlijke file terechtkomen, wegens een afschuwelijk ongeval: zeker drie auto’s zijn volledig in elkaar gereden, wegen afgesloten, ambulances rijden af en aan. In al die hectiek neemt een agent de tijd om ons vriendelijk en uitgebreid de omweg naar de Lidl uit te leggen. Kom daar in Nederland maar eens om! Althans wij vinden dat we thuis vaak op een arrogante manier worden benaderd.

Beetje tricky

Aankomst bij de sluis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vriendelijk landschap langs het Cromarty Firth, waar je niet opgewonden van wordt. We verlaten de A9 om onze route te vervolgen over de A862 naar Beauly en daarna onderlangs de Beauly Firth richting Inverness. Tevergeefs proberen we een paar keer het Firth te benaderen om een slaapplaats te vinden. De stad Inverness begint al eng dichtbij te komen als we in het dorp Clachnaharry een smal en steil straatje afrijden, je moet wát. Laat dat nou, na stug volhouden, eindigen bij een prachtige kleine sluis met twee witte huizen erbij. Het éne is een kantoor van de sluiswacht met openbaar toilet en douche. Uit het andere komt een oude vrouw op haar sokken naar buiten om te kijken wat voor vlees ze met ons in de kuip heeft. Wij leggen uit, zij heeft heel goeie herinneringen aan Nederland, voor ze nóg ouder is, wil ze een cruise naar IJsland etc. en ja, ze denkt dat wij hier mogen blijven vannacht. Verder ziet ze gezichten in de wolken, wat wij natuurlijk heel leuk vinden. “En als u wilt komen kijken bij onze auto, van harte welkom!”

Als er even later een man van de sluiswacht komt aanlopen, knijpen we hem toch even, maar hij let niet eens op ons, rommelt wat bij de auto, is even in het kantoortje en rijdt weer vriendelijk zwaaiend en glimlachend voorbij.

Caledonian Canal

Het huis van Mabel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We zitten aan het begin van het Caledonian Canal, dat o.a. toegang geeft tot Loch Ness. Vóór ons is water en de Kesslock Bridge, achter ons is water, zon, buienluchten, regenbogen, hoe gelukkig kan je zijn! Later loopt Ger buiten wat te kijken en te fotograferen. Ineens staat de vrouw in de deuropening, steekt beide duimen omhoog en roept: “It’s okay!”, waarop Gerda een diepe buiging voor haar maakt.

Net als we aan koken beginnen te denken, staat Mabel voor de deur. Want zo heet ze: Mabel Ross. Ze vertelt honderduit, over haar verleden, wat ze zoals heeft gedaan, je begrijpt hoe dat gaat. Twee weken geleden nog had ze zelf 999 gebeld en was met spoed opgenomen in het ziekenhuis. Ze eindigt bij haar man, die vorig jaar is overleden en ter gedachtenis waaraan nu een zitbank dichtbij staat met een herinneringsplaatje erop. We gaan het bekijken. Acht uur stapt ze op, maar ze had de tijd makkelijk kunnen vullen tot tienen. We beloven haar om morgen niet te vertrekken zonder gedag te komen zeggen. We krijgen een dikke zoen tot afscheid en worden uitgenodigd voor een liefdadigheidsfeest in haar tuin in augustus!

 

5 thoughts on “Mabel

  1. Wij moesten op de boot van Corsica naar Italie ook achteruit de boot op. Dat lossen ze daar heel makkelijk op. Je doet het portierraam open geeft gas en een bootsman neemt je stuur al lopend naast de auto over. Fluitje van een cent voor die mannen. Ging bij alle auto en caravan combinaties zo, zonder problemen en snel, groet Janny

    • Haha..mooi verhaal! Nou…hier gaven ze alleen een beetje aanwijzingen. Ik had idd liever achteruit de boot opgereden dan achteruit er af!

  2. Een heel vriendelijk volk die Schotten. Net als de Ieren. Gaan jullie ook nog op zoek naar Nessie ? Ben benieuwd of jullie hem zien. Het kasteel daar is ook de moeite waard!

    • Nessie weten we niks van! Stom he? En het kasteel hebben we niet bezocht. Cultuurbarbaren! 😉

  3. Wow! What a big and varied story, with complementary water from the guy above. However, you left us ‘hanging’ with the story about the old camper. I would have looked inside. Now we’ll never know if it contained a body.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*
*
Website