Moed op Alamut

Woensdag 24 mei 2017

Dat was afzien vannacht, vooral voor Gerda, die zich niet af kon sluiten voor de teringherrie, anders kan ik het niet noemen, op de weg. Heel begrijpelijk; zo erg hebben we het nog niet gehad. Eén ononderbroken verkeersstroom, te hard rijden, motors, claxonneren, bonkende bassen, alsof ze naast ons stonden, een enkele keer kwamen ze inderdaad vlak langs ons gescheurd, schreeuwende kerels, gillende meiden.
Als we hadden geweten dat het tot een uur of vier door zou gaan, hadden we niet boven geslapen.

Beschut tegen de wind

De Post

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We gingen ervan uit dat het na middernacht snel minder zou worden. Ik lag wat langer wakker, maar sliep daarna redelijk goed. Ger heeft zitten lezen tot om vier uur het ergste voorbij was en is toen nog voor een paar uur in slaap gevallen.
In de LPlanet staat dat in 2010 het aantal verkeersdoden meer dan 22.000 bedroeg, naast 200.000 gewonden. Ik ga op internet eens kijken naar recentere cijfers en tot mijn schande moet ik bekennen dat ik niet weet hoeveel inwoners het land heeft.

Wat we ook nog niet hebben gehad, is een leeg tankstation. De tankauto’s zijn onderweg, kan nog een uurtje duren… Je begrijpt dat we bij het volgende station in de rij moeten staan. Als we eindelijk aan de beurt zijn, hebben ze geen tankpas zeggen ze en het duurt even voor er een vrachtwagenchauffeur is, die ons op zijn pas wil laten tanken. Er gaat iets niet goed en bij ons moeten ze een paar keer opnieuw beginnen met vullen, zodat we met 3 verschillende bedragen eindigen. Ze laten ons niet afrekenen, gaan direct met Wim door en uiteindelijk komt er één eindbedrag uit geloof ik…. enfin een heleboel verwarring. De man moet veel praten met Wim en komt toch nog naar Ger en mij toe met het bedrag van de rekening op zijn mobiel. We waren al aan het wegrijden, maar hij floot ons net op tijd terug. ’t Is hier altijd wat.

Eksternest

Koeltorens?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is een heel saaie tolweg tot Qazvin, met erge nieuwbouwwijken er langs, veel industrie en modern vormgegeven koeltorens, denken we. Betalen hoeven we niet. De man in het betaalhokje kijkt ons eens vriendelijk aan en maakt dan een doorrijgebaar.

Qazvin, zo’n 350.000 inwoners en qua verkeer hetzelfde gekkenhuis als overal. Het verbaast ons dat we nog geen getuige zijn geweest van een aanrijding. Eén keer hebben we een auto gezien, die op een verkeersbord was geknald, dat is alles.
Ik wil vandaag de laatste drie verhalen op het blog zetten en daarvoor hebben we het Alborz Hotel gekozen. Erg vriendelijke en behulpzame receptioniste; koffie, thee en WiFi is geen probleem. Toch wel, het oude liedje: te traag. Ik word uitgenodigd om in een gang onder het modem te staan en ook dat helpt niet. Bovendien zou het niet te doen zijn om staande op het blog te werken.
Ger heeft gelezen dat er een paar internetcafé’s zijn en de receptioniste is zo aardig om de route en de naam op een briefje te zetten. Ik stel voor dat ik daar met een taxi naar toe rijd, het is niet ver, terwijl Gerda en Wim in de buurt van het hotel boodschappen doen.
De taxichauffeur is een driftig tiep, dertiger, alles moet vlug vlug: “Come in, come in, sit, sit!”
Rustig aan, niet voordat we een prijs hebben afgesproken. Hij: “fifty”. Ik: “thirty”. Voor veertig stap ik in. Er is nog een passagier, jonge knul die wat Engels spreekt.

De stad breidt uit

Gasmasker?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opschieten doet het allemaal voor geen meter.
Een half uur later heb ik de jongen uitgelegd dat ik verslagen op een blog zet, zijn vraag of ik een schrijfster ben, positief beantwoord (je weet nooit of het helpt!), heeft hij een selfie met mij gemaakt en beloofd mij naar een plek te brengen met snelle WiFi, zijn we twee keer gestopt voor een gesloten internetcafé (dat van het briefje was er niet bij) en word ik weer afgezet bij het Alborz Hotel.
Voor ik naar de auto ga, denk ik ‘ik loop gewoon een paar fastfood-restaurants binnen en vraag of ze WiFi hebben’. Niet. Ineens hoor ik mijn naam roepen: Ger en Wim met de boodschappen. Terwijl ze die naar de auto brengen, heb ik beet bij een jonge vent in een kleine winkel met printers en stempels. Eerst wijst hij me naar de stoel achter zijn desktop, maar als ik de iPad laat zien, tovert hij een WiFi-netwerk tevoorschijn. Ik mag gaan zitten en gelukkig kijkt hij verder niet meer naar me om. Het signaal is razendsnel, de foto’s vliegen er op en als Ger en Wim terugkomen van hun hamburgerlunch log ik net uit. Ik wil de man graag wat voor zijn service betalen en gelukkig neemt hij dat aan. En dan te weten dat zijn winkeltje recht tegenover het Alborz zit!

Volgend probleem: hoe vinden wij het juiste wegje naar de Alamut Vallei? Garmin lijkt er niks te kennen. Bij één van de uitvalswegen van de stad, zien we het goede richtingsbord. Voor alle zekerheid nog eens vragen en jawel, we hebben direct de goede weg te pakken.
De drukte laten we snel achter ons, terwijl de weg direct begint te stijgen, de bergen in. Zoeken naar een zijwegje met mogelijkheden voor de nacht. Eerst komen we langs een leeg hotel, we zouden er vóór kunnen staan. Toch nog even verder, over een kilometer is een ambulancepost. De situatie daar vinden we iets beter. De ambulancebroeders komen al aangereden terwijl we de mogelijkheden aan het bekijken zijn. Ze vinden eigenlijk alles best; we mogen ook bij een verlaten politiehuisje staan. Uiteindelijk kiezen we voor een plek in de luwte naast een vaag gebouw met een zo te zien onbewoond huis er bij. Het is nl. fors gaan waaien met flinke windstoten.

Iran en zijn monumenten

Menu van de dag: restje kipfilet met boontjes van gisteren. Roerbak witte kool, knoflook, gember, ui en paprika. Komkommersalade, mie, hardgekookt ei.

Vogel van de dag wil niet lukken. Schuin voor onze auto staat een boompje met een eksternest, dat is wel leuk. Er liep een rouwkwikstaart en er vloog een zwaluw voorbij. Af en toe zien we vanuit de auto iets vliegen, waar we geen zinnig woord over kunnen zeggen. En toen het al te donker was om iets te herkennen, kwam er naast het eksternest een kbv-tje (voor de niet-ingewijden: klein bruin vogeltje) zitten op een tak.

In het huis vóór ons, waarvan we de oprit ongeveer blokkeren, zag Gerda een tv aan staan. We houden het er nu op dat het van/voor de ambulancebroeders is.
Verder is het wegje drukker dan gedacht!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*
*
Website