Het slechte pad

Dinsdag 25 juni 2019

Bij het opstaan is er helemaal niks veranderd sinds gisteren. Nog steeds zitten we opgesloten in de mist op dit parkeerterreintje. Afgelopen nacht stak de storm op en veroorzaakte een heleboel kabaal en onrust in de auto. Ik heb er lang door wakker gelegen. We hebben het er aardig mee gehad. Na het ontbijt vertrekken we direct naar Gardenstown een paar kilometer verderop. Al tijdens de afdaling naar het dorp komen we onder de wolk vandaan en kunnen om ons heen kijken. Daar knapt je humeur echt van op. 

Gardenstown

??

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gardenstown is een mooie plaats en ligt net als bijna alle dorpen hier aan een baai ingeklemd tussen rotsen. De huizen direct aan de baai zijn dikwijls in verschillende kleuren geverfd, niet in heel felle kleuren, maar sprekend genoeg om een mooi contrast te bieden aan het grijs van de wolken en het water. We parkeren op een brede pier langs de haven, zetten koffie, maken foto’s en ik schrijf m’n verhaal af. Ik heb tegen de jongens van de vishandel gezegd dat het rond het middaguur op het blog staat en zoals wij allen weten: belofte maakt schuld.

Eén baai verder dan Gardenstown ligt Crovie. Op de kaart is het niet te vinden, maar voor ons staat het er met hoofdletters op! Er loopt onder langs de steile rotswanden een betonnen pad tussen de twee dorpen, dat we pas zien als we in Crovie zijn.

Crovie

Ook Crovie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De toegang tot de plaatsjes aan dit stuk kust is als regel een single track road, erg bochtig, zonder ‘passing places’ en met een hellingsgraad van rond de 20%. Naar beneden maak je je niet zoveel zorgen, maar terug naar boven is ander koek. Op zich natuurlijk geen punt; in z’n één heeft onze bus daar geen enkel probleem mee en een bijkomend voordeel is dat het roetfilter weer eens lekker wordt schoongebrand. Alleen moet ik er niet aan denken dat we een tegenligger krijgen. Ook al hebben wij dan als stijgend verkeer voorrang, je moet toch stoppen, de vaart is uit de auto, en kijken of de ander bij machte is om zo’n steile helling achteruit op te rijden. Geen tien meter, maar een paar honderd! Ik denk dat ik het niet makkelijk zou vinden, mede doordat je bij onze auto weinig ziet in je achteruitkijkspiegel. Het gaat elke keer goed! Eénmaal beneden is er nog het parkeerprobleem. De kleine dorpen waar ik het over heb, zoals Crovie, zijn niet toegankelijk voor auto’s. De weinige ruimte die er is, staat als regel vol, voor een groot deel met auto’s van bewoners. Zonder in detail te treden, kan ik jullie verzekeren dat wij de Schotten menig staaltje van hogere stuurmanskunst hebben laten zien. 

Van bovenaf…

..is het ook mooi!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Langs Cullykhan Bay (mooi), Fort Fiddis (niet gezien) richting Fraserburgh. We stoppen nog even bij de ballentoren van Rosehearty en lunchen in Sandhaven, alwaar geen zand te zien is, wel een man die met emmers alikruiken van zee komt. Ook een Coop en daar hebben ze constant Cointreau in de aanbieding! Zo niet in deze kleine en uitgeklede versie van de grotere Coop supermarkten. Geen plat mineraalwater en geen likeur, waarop het aardige meisje achter de kassa met een prachtig Schots accent de legendarische woorden: “Not very hopeful, is it?” spreekt.

Fraserburgh heeft, zo leest Gerda, het schoonste strand en zeewater van het hele UK. In elk geval liggen er joekels van nieuwe vissersschepen in de haven! Ongelofelijk, wat een dingen, complete fabrieken op zee. 

De mooiste dorpen lijken we, voorlopig althans, achter ons te hebben gelaten. Sandhaven en ook Inverallochy en St.Combs hebben bij lange na niet de sfeer en het aanzien van de plaatsen die ik eerder beschreef. 

Ballentoren

Fraserburgh

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om te overnachten mikken we op de vuurtoren bij Rattray Head. Om daar te komen moeten we het Loch of Strathbeg ronden, via Old Rattray. Het laatste staat niet op de kaart, is niet zo gek want het is één huis. Daarna begint een onverhard pad richting vuurtoren, alleen op Garmin te zien. Eerst lijkt het nog wat, maar al gauw is het meer kuil dan pad, vol regenwater en scherpe randen van oud asfalt. Je zou kunnen zeggen dat we op het slechte pad zijn. Stapvoets rijden, waar maakten we dat eerder mee? Waar het pad ophoudt, zien we op een behoorlijke afstand het bovenste deel van de vuurtoren. Het is een treurig soort stukje grond bij wijze van parkeerterrein en achter ons staat een vrij groot vierkant gebouw waar te zien aan de auto, iemand verblijft. Op het pad haalden we trouwens een jonge vrouw in, die te voet op weg was er naar toe. We kijken elkaar eens aan: nee, niet leuk om hier te blijven. Dan kunnen we beter een paar kilometer terugrijden naar een ruime parkeerstrook met aan de ene kant het Loch en aan de andere St. Mary’s Chapel, een ruïne met oude graven. Het nieuwe kerkhof ligt er naast. 

Op weg terug, het ergste gedeelte van het pad hebben we achter de rug en over een meter of honderd is er asfalt, komen we een Alfa Romeo tegen. Langs elkaar heen is geen sprake van, iemand moet bewegen. De man maakt gebaren dat wij achteruit moeten rijden, want, zegt hij, ik stijg. Hij heeft gelijk, het pad loopt iets omhoog, maar daar heb je ook alles mee gezegd. Eén ding weten we zeker: wij gaan niet terug. Dat zou minstens 500 meter zijn, achteruit door al die kuilen…absoluut geen doen, terwijl hij nog op het beste stuk van het pad zit en hooguit 100 meter verwijderd is van het punt is waar ruimte zat is. Dit gezegd hebbende en na wat overleg met zijn vrouw, besluit hij eieren voor z’n geld te kiezen. Zijn vrouw vraagt of we alsjeblieft genoeg afstand van hen willen houden, terwijl ze achteruit rijden. Geen probleem. We zien dat hij inderdaad moeite heeft met deze exercitie, zouden wij trouwens ook hebben gehad, maar binnen tien minuten is de klus natuurlijk geklaard. Als we bijna langs hen rijden, stoppen we nog even en ik leg uit dat het voor ons absoluut geen kwestie is van winnen of verliezen en vertel over de totale afstand en de toestand van het stuk pad, dat zij nog niet hebben gereden. Ze schrikken er een beetje van en vragen of wij het de moeite waard vonden. Daar kan ik naar eer en geweten ‘nee’ op zeggen en ik beschrijf de situatie ter plekke. Ze besluiten om niet verder te gaan, zelfs de man is wat ontdooid en steekt zijn hand naar me op. 

Schotland en zijn monumenten

De enige mensen die we ‘s avonds nog zien, zijn twee agenten, die hun auto naast de onze parkeren en door het open portierraam vragen: “Are you enjoying the scenery?” Jazeker! “And will  you be staying for the night?” Ja ook. Nu komt het, dacht ik. Maar nee, geen enkel probleem! Zij hebben nachtdienst en zullen vannacht een paar keer langsrijden om te kijken of alles goed met ons is; we kunnen ons veilig voelen! We maken nog een grapje over het bier dat koud staat bij ons, waarop hij zegt: “Okay, the end of my shift is at seven tomorrow morning.” Ze wensen ons vriendelijk welterusten en vertrekken. Waar maak je dat mee? Dit is de tweede, bijzonder aangename ontmoeting met de Schotse politie. Alle lof!

 

 

2 thoughts on “Het slechte pad

  1. Antwoord op je vraag: dat maak je mee in Griekenland, en dat verhaal bewaar ik voor als jullie weer thuis zijn.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*
*
Website