Terug bij Hotel de Goudfazant

Woendag 23 maart 2022

Met joggingbroek, T-shirt en sokken had ik me afgelopen nacht gewapend tegen de kou die ik verwachtte. Gerda ook, behalve sokken. 

We sliepen dus op zolder. “Want”, zoals Gerda zei, “dat is wel een stuk minder ambras dan beneden”. Ik vind het altijd leuk om te horen dat ze dat Vlaamse woord gebruikt en tegelijkertijd kijk ik er altijd even van op omdat ze het op z’n Wassenaars uitspreekt. 

Afgezien van de temperatuur waren de voorwaarden om boven te slapen aanwezig; geen ambras, geen lawaai, geen harde regen en nagenoeg windstil.
Ondanks mijn pyjama werd ik af en toe wakker met koude onderdelen; hoofd, handen, bovenarmen. Dat komt zeer waarschijnlijk omdat de twee luchtgaten in het tentdoek aan die kant van het bed zitten. Plus dat er toch wat gevogelte dacht de snavel open te moeten doen; haan, fazant en zo. Gelukkig steeds weer in slaap gevallen tot half negen vanochtend.

En die vogelgeluiden werden verklaard toen Gerda vanochtend ontdekte dat er op een ander weitje een soort kinderboerderij is, met goudfazanten, eenden, kippen en zelfs een varken voor de…juist!…lapjes voor de Lapjes! Afgezien van de dieren ziet het geheel eruit alsof er een orkaan heeft huisgehouden, geheel in overeenstemming met de rest van het erf, dat dan weer wel. 

De man van de andere camper is druk met het snoeien van bomen, terwijl de veel jongere vrouw iets doet met het jongste kind van de boer. Lijkt er veel op dat het familie van elkaar is. 

Na koffie in de zon en € 20,- cash voor de boerin vertrekken we naar Den Burg, waar meer dan de helft van de Texelaren woont. Is wel handig, dan heb je die in één klap gezien. 

Tot onze verrassing komen we in een prachtige Jumbo terecht, waar onze buurt-Deka op IJburg bij lange na niet aan kan tippen. En omdat we gisteravond de likeur misten, gaan we nog even naar de plaatselijke slijter. Helaas geen mooie aanbieding bij de likeuren.
“Kijk Chartreuse”, zeg ik tegen Ger als ik de flessen met gele en groene inhoud zie. Ze vallen op omdat je ze niet zo vaak ‘zomaar’ ziet staan, wat ongetwijfeld ook met de prijs te maken zal hebben. Terwijl ik verder kijk bij de overige likeuren hoor ik Gerda zeggen: “Nou dan nemen we er toch een fles van, het is feest”. Daar is weinig tegen in te brengen, hoewel ik nog aarzel. “Welke kleur zullen we nemen?”, gaat ze onverstoorbaar verder. “Geel”, zeg ik, mijn twijfel aan de kant zettend. Eigenlijk zijn we het over de kleur altijd eens. De groene is voor ons té heftig van smaak, om met Ger te spreken: ‘alsof je een heel dennenbos in je bek hebt’.

Verder richting vuurtoren. Mooie rit, vooral de laatste kilometers langs de waddendijk. Het is eb en op de halfdroge zandplaten accentueert de zon het prachtige kleurverschil tussen het natte en het droge zand. Tussen de vogels ziet en hoort Gerda één van haar favorieten, de smient. Vooruit maar dan…vogel van de dag.

 

 

 

 

 

 

 

 

Op een parkeerplaats in een bocht van de dijk maken we een stop voor de lunch. Op het moment dat Ger uit de auto stapt scheert er vlak boven haar hoofd met een bloedgang een kleine vogel langs de auto, op de staart gevolgd door een donker gekleurde valk. Wat een spektakel! Als we net zo snel waren geweest, hadden we ze kunnen grijpen.

Bij de vuurtoren en de daar aanwezige horeca stappen we niet uit; dat doen al teveel andere mensen. 

“Ik word mensen een beetje zat”, zegt Gerda, “dat had mijn moeder ook toen ze ouder werd. Ik ben het liefst op plaatsen zonder mensen”. Ik weet het. Als je lang samenwoont, heb je sommige dingen vaker gehoord, toch? Om jullie gerust te stellen, ze bedoelt niet degenen die ons dierbaar zijn, maar mensen in het algemeen of meer specifiek, teveel mensen op dezelfde plek. Met dat laatste kan ik overigens volledig eens zijn. 

Het strand bij Paal 28 is beter voor ons. Eén bescheiden, lelijk strandtentje en verder niks, helemaal niks! Zand, fijn breed lichtgekleurd zand en duinen, oude en jonge, zover je kan kijken. En verder niks! Zelfs geen mensen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Omdat we best een ander weitje willen voor vannacht kijken we op Park4night of er behalve Boer Lap nog iets anders kleins is. Sir Robert lijkt op het scherm wel wat. Wat een naam trouwens… Daar aangekomen, draaien we het erf op. Er is niemand te zien, ook geen gras waarop we zouden kunnen staan, dus rijden we door en aan de achterkant het erf weer af, waar een onverhard wegje begint. Het slingert zo mooi door het golvende land dat we het een tijdje blijven volgen totdat … we ineens op een golfcourt staan. In de verte zie ik al een paar mensen verstoord naar ons kijken, omdraaien en wegwezen!
De volgende poging tot een minicamping loopt eveneens op niks uit, zodat we plankgas teruggaan naar Boer Lap. Hoe menselijk kan je zijn; terug naar het vertrouwde. Daarbij komt dat het half vijf is en Gerda’s biologische klok ‘bier’ begint te slaan.

De familiecamper is nog steeds de enige die er staat en zonder dat er iemand is die ons ziet of verwelkomt, gaan we op dezelfde plek staan als afgelopen nacht. Er is hier dus geen receptie of zoiets. Je denkt gewoon ‘in de loop van de avond merken ze wel dat we er zijn’. Zo gaat dat hier.

Voor vannacht ga ik mijn T-shirt vervangen door een fleecetrui met lange mouwen.

 

 

 

 

4 thoughts on “Terug bij Hotel de Goudfazant

  1. Hahaha!…. geweldig om te lezen dat jullie onverwacht op een golfcourt waren terechtgekomen. Ik had het wel stoer gevonden als je daar een paar ‘donuts’ met de VW had gedraaid.
    Veel plezier!

  2. Ook Ko mag het woord ambras graag bezigen 🤣. Mooie foto’s van Texel. Met de corona gaat het goed. Ko hoest alleen nog wat en ik nog steeds kiplekker.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*
*
Website