Van jagen en geklier

Zaterdag 23 oktober 2021

Half 8. Ik heb lang wakker gelegen, krijg nu kramp in mijn enkel en wat is het koud! 5°C. Door de kleine openingen in het tentdoek valt de kou op m’n hoofd, terwijl het niet eens waait. Hoewel we een heel goed dekbed hebben, had ik het de laatste uren niet meer echt warm. Bovendien is er buiten wat aan de hand; er komen auto’s ‘ons’ terreintje op en zelfs een ontzettend luidruchtig soort quad, waarvan de motor maar blijft ronken! Doe normaal mensen, het is nog donker! 

Ik ga naar beneden en als nou die verrekte kachel…..hij doet het!!!! Heeeeerlijk! Ik kan direct weer tegen het leven. 

Mannen praten en roepen. Vlug aankleden, Gerda ook, voor er misschien iemand op de deur klopt. Tegelijkertijd weet ik dat hun komst niets met onze aanwezigheid hier heeft te maken, want dan hadden ze zich al lang gemeld. Bed opruimen, klep naar boven zodat we weer kunnen staan. 

Ger en de bui die verdween

Ingebouwd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gooi nu die gordijnen maar open. En dan…we geloven onze ogen niet! In het nog wat grauwe ochtendlicht kijken we tegen alleen maar auto’s aan. Ja okay..en één quad. We zijn compleet ingebouwd, vóór, achter en opzij. Willen we hier vandaan komen dan moeten er minstens vijf  auto’s worden verplaatst. Dat wordt sowieso lastig want veel ruimte om te manoeuvreren is er niet meer. Zijn al die bestuurders er nog en zo niet, hoe laat komen ze terug? Vreemd trouwens dat de eigenaar van dit stuk grond ons gisteren niet heeft verteld dat dit stond te gebeuren. 

Ik denk dat er mannen in de schuur staan, alleen ik durf er niet goed naar toe omdat ik honden hoor blaffen, waarvan ik niet weet hoe opgefokt ze zijn en of hun baas ze tijdig en met resultaat zal terugroepen, mochten ze op me af komen stormen. 

Dit probleem verdwijnt zodra één van de mannen bij z’n auto naast ons een stel indrukwekkende schoenen komt aantrekken. Met hem kan ik even praten, want intussen heb ik gezien dat alle auto’s, ja… ook de quad, Franse nummerborden hebben. Blij dat ik deze discussie niet in m’n half verleerde Spaans hoef te voeren.

De Ermita

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is een jachtclub. Elke zaterdag in het jachtseizoen verzamelen ze op deze plek om daarna naar één of meerdere andere locaties te rijden en herten dood te schieten. Over een kwartier gaan ze weg. 

Zo, dat scheelt een heleboel gedoe. Nadat ik nog een paar jagers in onze bus heb laten kijken en er wat grappen zijn gemaakt over het bereiden van hert, kunnen we rustig aan het ontbijt. 

Buiten is het intussen indrukwekkend mooi geworden. Geen wolk te zien en de vroege zon beschijnt laaghangende mist die de dalen slechts gedeeltelijk aan het gezicht onttrekt, zodat er een spannende afwisseling ontstaat tussen de verlichte ijle slierten en het donkerder gekleurde dal daaronder. 

We zien roodborsten, zwarte roodstaarten, een vogel met gele borst en een bosje puttertjes. Tijdens deze waarnemingen klinken er drie schoten vanuit de verte. Het zou kunnen dat op dit moment het eerste hert het loodje legt. 

Voor we vertrekken uit Orna willen we even kijken of het romaanse kerkje open is. Eerst komen we op een erg kleine begraafplaats; niet groter dan 50m2 denk ik. Heel begrijpelijk, want voor een  toerist is het allemaal wel leuk, maar als Spanjaard wil je in dit gehucht natuurlijk niet dood worden gevonden. De kerk is op slot. Wel grote borden langs de weg met reclame en dan lekker de deur dichthouden als er iemand de moeite doet om de afslag te nemen. 

Na Huesca moeten we naar de A131. Heel simpel op de kaart, uiterst verwarrend via de borden. We grijpen al weer half in vertwijfeling, naar Waze. Ook zij brengt ons op dwaalsporen tot ik besluit om het wegnummer in te tikken. Had ik niet eerder gedaan omdat ik dacht: dat werkt toch niet. Wel dus. 

De weg voert langs de Ermita de los Dolores, die helaas ook op slot is. We kunnen wel door de tralies kijken naar de beschadigde fresco’s, die toch nog indruk maken. 

Het landschap waar we doorheen rijden, zou je saai kunnen noemen; vrij vlak en veel van hetzelfde. Toch zit er voor ons ook een zekere spanning in en waar hem dat nou in zit… Ik denk er nog over. 

De kleine dorpen die we passeren, zijn meest half onbewoond, maar hebben vaak mooie oude kerken. Sommige beschadigd, andere zijn al gerestaureerd. Buiten de dorpen, verspreid in het land, veel ruïnes van boerderijen. Daarvoor in de plaats, denken wij, is intensieve veeteelt gekomen. Zo noem je het toch wat er in die grote schuren gebeurt? 

Na Sariñera nemen we de een ‘witte’ weg naar Sástago aan de Ebro, waar we niet echt bij kunnen komen. Na een tijdje zoeken, schakelen we Park4night in. Niet veel keuze. Eén plek lijkt ons wel wat, maar helaas gaat de navigatie ernaartoe steeds fout; in plaats van ‘in de vrije natuur’ zoals er wordt beloofd, komen we in het dorp terecht. 

We nemen de weg terug en klimmen naar de afslag die Gerda zag toen we hier aankwamen: Monasterio de Rueda. Vier kilometer rijden. Tussen dit vroegere klooster en een hoger gelegen Ermita ligt een soort verlaten en verwaarloosde parkeerplaats. We zijn er alleen. Voor mij met name weer wennen.

Sesa

Eerste zon bij het klooster

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vanochtend tijdens het ontbijt zwol het gedeelte van mijn wang voor het linker oor ineens op. Geen pijn en na het ontbijt slonk de verdikking in rap tempo. We dachten aan een speekselklier. Wel even gebeld met onze vriendin Wobke, ex-huisarts, om te vragen wat haar gedachten hierbij waren. Ook zij dacht aan een verstopte speekselklier. Kan vanzelf overgaan, maar ook niet natuurlijk! Veel zure dingen eten kan helpen. We gaan het zien. Tot nu toe kauw ik op limoenpartjes en blijft de boel rustig. 

Menu van de dag: merquez-worstjes van mijn favoriete slager uit Arudy met bloemkool en Parmezaanse kaas. Eenvoudig maar toch lekker. 

En die verwarming, die het vanochtend gewoon deed…nou die vertikt het vanavond weer!! 

Nog even over dat jagen. Het woord blijft misschien wat langer hangen omdat ik hoorde dat een kleinzoon, die net op het voortgezet onderwijs zit, bij geschiedenis moet leren over jagers en verzamelaars. Ik begreep dat het niet zijn volle belangstelling had en dan druk ik me zeer matig uit. Dat lijkt dus in het verleden te hebben plaatsgevonden, die manier van leven, maar, zo vraag ik mij af, is dat wel zo? We zijn nog steeds bezig toch? We verzamelen geld, goederen, ervaringen, herinneringen en een enkeling ook nog postzegels of Pokémonkaarten. We jagen op succes en geluk. Misschien is dat reizen van ons ook jagen. En als de bel gaat voor de laatste ronde dan gaan we naar de eeuwige jachtvelden. Het houdt nooit op!

 

 

 

2 thoughts on “Van jagen en geklier

  1. Ingesloten worden door marktkramen ken ik, maar door jagers was totaal nieuw. 😄 Wel een leuke foto met jullie reikhalzend busje, alsof het een uitweg zocht. En uiteindelijk zijn jullie toch niet ten prooi gevallen aan de jachtdrift van de mannen.

    • Grappig dat je dat zo zag als reikhalzend….leuk! Tja, de mannen waren heel aardig, maar niet spannend genoeg om onszelf ineens tot prooi te reduceren! 😉

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*
*
Website